Indindo reisschema

  • Kasabian - Amsterdam : Paradiso : di 09 februari 2010
  • The Horrors / S.C.U.M. - Nijmegen : Doornroosje : do 18 februari 2010
  • Nitzer Ebb - Amsterdam : Melkweg : do 25 februari 2010 (OVB)
  • The Drums - Amsterdam : Bitterzoet : vr 26 februari 2010
  • Killing Joke - Amsterdam : Melkweg : wo 21 april 2010 (OVB)
  • London Calling - Amsterdam : Paradiso : vr 23 & za 24 april 2010
    met o.a. Doll & The Kicks, Erlend & The Carnival, Esben & The Witch, The Features
  • Ultravox - Amsterdam : Paradiso : ma 26 april 2010
  • Atari Teenage Riot - Amsterdam : Paradiso : ma 03 mei 2010
  • Pinkpop - Landgraaf : Megaland : za 28, zo 29 & ma 30 mei 2010
    met o.a. Kasabian, Pink, Rammstein, Wolfmother
Neem inhoud van deze site over (XML)
web-log.nl, powered by TypePad

20 januari 2010

December 2009

CD’s

THE DRUMS – “Summertime!” EP
De band (uit New York) die het, als we NME mogen geloven, helemaal gaat maken in 2010. Reden om even nieuwsgierig als achterdochtig te raken, oftewel: hit of hype? Feit is dat ik “Let’s go surfing” (surfpop met fluitdeuntje) één van de meest aanstekelijke singles van 2009 vind. De rest doet daar voor onder, maar in de overige zes songs zit vrijwel altijd een interessant of pakkend ingrediënt. “Submarine” is The Cure in een “Friday I’m in love”-achtige vrolijke bui, “Saddest summer” doet daar nog een tweemaal zo snel schepje bovenop, handgeklap vormt de ritmische basis van “Make you mine” en “I felt stupid” kan zo in een “I love 80s” documentaire worden gebruikt. Laat die zomer maar komen! 

ANIMAL COLLECTIVE – Merriweather post pavillion
Eh… kwam deze plaat al niet uit in januari 2009, bedolven onder de lovende kritieken? Ja, klopt helemaal. Maar soms wordt het voornemen om een plaat eens goed te beluisteren en eventueel aan te kopen om vage redenen uitgesteld, vervolgens vergeten totdat ‘ie opeens voor een zodanige lage habbekrats wordt aangeboden dat je zonder meer de beurs trekt. En kom je tijdens de eerste draaibeurt tot de conclusie dat deze magische vloeibare psychedelische elektronische droompop met Beach Boys-achtige harmonieën volkomen op zichzelf staat en verdiend wordt geprezen.

GRIZZLY BEAR – Veckatimest
Zie de toelichting bij bovengenoemde cd m.b.t. de erg late ‘bespreking’, met als verschil dat “Veckatimest” uitkwam in mei 2009 en er muzikaal gezien uit een ander, traditioneler vaatje (folk / pop) wordt getapt. Het prachtige “Southern point” stamt direct af van Crosby, Stills & Nash”, “Fine for now” idem maar gekruist met Fleetwood Mac anno ’69. Single “Two weeks” doet inmiddels dienst als achtergrondmuziek van een Peugeot reclame. Zanger Ed Droste croont lekker. Fijne plaat, maar mijn jaarlijst zal ‘ie niet halen.

THE BRAVERY – Stir the blood
Het had gekund natuurlijk, net zoals Franz Ferdinand en Bloc Party deden: na een puik debuutalbum (“The bravery”) en een matte opvolger (“The sun and the moon”) jezelf als band rehabiliteren met nummer drie. Opener “Adored” begint uitermate hoopvol, want het had van hun eerste plaat afkomstig kunnen zijn, à la The Killers maar dan veel beter met een verkouden Robert Smith (Sam Endicott) achter de zangmicrofoon. Dat niveau wordt daarna echter niet meer gehaald, alhoewel diverse nummers nog een (ruime) voldoende scoren (o.a. “I have seen the future”, “Song for Jacob”, “Jack-O’-Lantern Man”). Daarmee is “Stir the blood” beter dan zijn voorganger, gloort er iets van hoop maar voedt het ook het sterke vermoeden dat de band in creatieve zin tot niks nieuws meer in staat is.

R O M A N C E – Arikara
Debuut (mini)album van band uit Londen, opvallend genoeg uitgekomen op een Japans label voor de markt aldaar, terwijl de band in eigen land nog geen single had uitgebracht. Begonnen als trio maar sinds 2009 uitgebreid naar kwartet met de komst van Samantha Valentine (ex-Ipso Facto). R o m a n c e (let op de verplichte spatie tussen de letters!) doet aan retro gothic postpunk, puttend uit Siouxsie & the Banshees (“Wire”), Bauhaus en The Cult. Het blijft helaas te veel hangen in oppervlakkig nadoen zonder de kern te vinden.   

Met terugwerkende kracht

MADNESS – One step beyond…
Vanwege het 30-jarige jubileum is het debuut van de ‘nutty boys’ opnieuw uitgebracht, aangevuld met een bonus cd met demo’s, B-kanten en curieuze tracks zoals een zowel Spaans- als Italiaanstalige versie van de titelsong. “One step beyond” is de meest pure ska/pop hybride die de band op albumformaat in haar carrière heeft gemaakt, met tenminste drie klassiekers: de titelsong, “My girl” en de onverwoestbare uitbundigheid / gekte die “Night boat to Caïro” heet.

HOODOO GURUS – Stoneage romeos
Wanneer je een cd koopt die je als jongeling ooit op vinyl aanschafte en je leest op het hoesje de oorspronkelijke releasedatum, dan wordt je weer eens met je neus op de feiten gedrukt: je bent een oudere jongere. Voor de kids van nu is 25 jaar geleden zoiets als ‘the stoneage’, maar 1984 was nu eenmaal het jaar dat ik voor het eerst de naald in de groeven van deze debuutplaat van de Australische Hoodoo Gurus liet vallen. “(Let’s all) turn on”, “I want you back” en “Arthur”, de openingstrits van het album, zijn de aanschaf alleen al waard. Ze vertegenwoordigen tevens de drie muzikale pijlers van “Stoneage romeos”: garagerock, sixties pop en glam. Niet alleen voor oudere jongeren!

NIRVANA – Bleach
Bij Nirvana ben ik pas aangehaakt vanaf  “Nevermind” dus voorganger “Bleach” uit 1989 is aan me voorbij gegaan. Nooit gekocht ook, pas twintig jaar later, middels deze verjaardagsuitgave verrijkt met een cd waarop een live optreden uit begin 1990 te vinden is. De verzameling punk / grunge / metal en een beetje pop (“About a girl”) valt in de categorie ‘Alle dertien (vrij) goed’. Van een eigen stijl is nog niet echt sprake maar het songschrijvertalent van Cobain doet zich al aardig gelden (“Blew”, “School” en het al genoemde “About a girl”).

THE LUCY SHOW - …undone
Een kleine kwart eeuw geleden zag het debuutalbum van het relatief onbekend gebleven Britse The Lucy Show het licht. In mijn herinnering een (wat late) new wave plaat die mijn goedkeuring wel kon wegdragen. Of toch niet? Deze cd uitgave positioneert de band tussen R.E.M. voor de doorbraak en mainstream The Cure, maar dan ontdaan van alle scherpe randjes. Veeleer ‘safe wave’ dan ‘new wave’. “Ephemeral” en “Resistance” zijn de twee uitschieters, de rest heeft de neiging snel te vervliegen.

Singles

EVERYTHING EVERYTHING – MY KZ YR BF
Uit Manchester, waar wel vaker veelbelovende bands het licht hebben gezien. En dit is er weer zo eentje, als je het mij vraagt. EE plukt niet uit het verleden van hun thuisstad, dus hier vallen geen Joy Division, Oasis, The Smiths, New Order connecties te maken. Nee, EE maakt op zichzelf staande briljante, doordachte, transparante, meerstemmige, artistieke, van onverwachte wendingen voorziene, progressieve… pop! Dit is hun derde (7”) single die net als de twee voorgangers “Suffragette suffragette” en “Photoshop handsome” erg de moeite waard is.

MAXÏMO PARK – 12
Voor alle duidelijkheid: “12” is niet zozeer de titel van MP’s nieuwe single, want het slaat vooral op het formaat van deze alleen op 12” verschenen release. Remixen krijg ik meestal alleen mee als B-kanten van singles en zelfstandige releases laat ik zo goed als links liggen. Niet deze keer, want de drie bewerkingen van “Let’s get clinical” (tof: de duivels vervormde zang van Paul Smith in combinatie met 80s house door Clark) en die ene van “A cloud of mystery” (de naar het hoofd stijgende acid bubbels remix van Tom Middleton) zijn beslist de aanschaf waard, en vaak meer tot de verbeelding sprekend dan het origineel.

GRAMMATICS – Double negative
In wiskunde ben ik nooit goed geweest, maar min maal min is plus, toch? En plus is positief, dus dan is de songtitel van Grammatics’ single goed gekozen. Intelligent, ambitieus, Muse maar dan zonder de bombast en meer popgericht. Hun beste tot nu toe.

BICYCLE THIEVES – Stop to start
Vijf fietsendieven uit Liverpool. Dit is hun eerste vergrijp. Wordt er nog meer gejat dan alleen rijwielen? Laten we het maar op ‘geïnspireerd geraakt zijn door:…’ houden, en dan vul ik zelf achter de dubbele punt wat namen in die me als eerste door het hoofd schieten: Comsat Angels, White Lies, Echo & the Bunnymen. Het zou me niks verbazen als ze zwart dragen.

TWO DOOR CINEMA CLUB – I can talk
Het dance label Kitsuné doet vooral in 12” singles maar voor dit Ierse trio is het een 7”geworden. Op London Calling (mei 2009) kwamen ze goed uit de verf, net als op eerdere releases. “I can talk” is Bloc Party ten tijde van “Silent alarm” met een straffe dance beat eronder. Kele, let je op?

THE CHEEK – Hung up
Voorheen Cheeky Cheeky & The Nosebleeds en in die hoedanigheid op Koninginnedag 2008 nog gezien tijdens een avondje Londen Calling. Veel leuker dan de naar Buzzcocks neigende debuutsingle “Slow kids” is het onder de oude naam niet geworden, “Hung up” is een aardige terugkeer via The Dandy Warhols en Suede circa “Head music” (de invloed van producer Ed Buller, schat ik zo). 

INVASION – Conjure war
Space metal waar de band maar een minuut of anderhalf voor nodig heeft om hun punt te maken. En waarom zou je er ook langer over doen als je binnen genoemde tijdspanne kunt ‘ass kicken’?

FOOL’S GOLD – Surprise hotel
Een single waar je veel mensen mee kunt beetnemen. Zet ‘m op, laat de luisteraar raden en geheid dat 9 van de 10 overtuigd van hun gelijk roepen: Vampire Weekend! Als de zang na een kleine minuut zijn intrede doet, roept die ene: David Byrne… wellicht? Niet vernieuwend, wel leuk.

18 januari 2010

Paul McCartney - Arnhem : Gelredome : woensdag 09 december 2009

Ik was me er niet van bewust dat Paul McCartney naar Nederland zou komen, het Gelredome om precies te zijn, want het checken van de concertagenda gaat doorgaans niet verder dan de kleine tot middelgrote zalen die ik met enige regelmaat bezoek. Het was op de achterbank van een touringcar dat blogparty me erop attent maakte, en ofschoon ik bij stadionconcerten meestal afhaak, had ik al snel het gevoel dat ik erbij wilde zijn. Goedkoop zou het niet worden, dat had ik al begrepen, maar ja, wanneer in het verleden al eens in een vlaag van ‘never mind’ een vermogen is uitgegeven ter garantie op een plek nabij Madonna, dan kan het qua kosten eigenlijk alleen maar meevallen. Daarbij was mijn interesse nog eens aangewakkerd door de release van alle geremasterde Beatles albums en de goede, en naar later bleek zeer gegronde hoop dat Paul daar in zijn setlist deels op zou terugvallen.

Medio december sta ik in een lange rij voor de af en aan rijdende pendelbussen die bezoekers van station Arnhem naar het Gelredome vervoeren. Het regent lichtjes en er is nog een dik half uur te gaan totdat het concert van start gaat. In de rij is het nog stilletjes maar eenmaal in de volgestouwde bus begint er een licht joviale stemming te ontstaan. De rit naar het Gelredome duurt een kleine tien minuten. Rondom het stadion zie ik verlaten bierkramen en overdekte zitbanken, waar menige vroege bezoeker ongetwijfeld gebruik van heeft gemaakt voordat de poorten opengingen. Ik heb een vaste zitplaats en bepaald niet vooraan, dus uren wachten om een goede plek nabij het podium te bemachtigen is er voor mij niet bij. Sterker nog: ik zit zelfs helemaal achteraan, op een plek waar Paul tijdens het concert gekscherend aan refereert: “We know you are there, we love you, we send messages!” Er zit een mollige man op mijn stoel die een geanimeerd gesprek voert met zijn buurvrouw. Een echtpaar, denk ik in eerste instantie, maar de man is alleen en realiseert zich dat hij op de verkeerde rij heeft plaatsgenomen. Nadat hij zich een stuk naar boven heeft gebaand, begint mijn nieuwe buurvrouw tegen mij te praten. Ze heet Corrie en ze is hier met haar zoon. Er is geen voorprogramma maar er worden remixen gedraaid van Beatles / McCartney nummers, en Corrie zingt zachtjes voor zich uit. Uit mijn jas haal ik naar binnengesmokkelde consumptiewaar, de blaas is leeg gedruppeld en van mij mag het beginnen. 

Rond 20.15 u is het dan zover. Het podiumbrede videoscherm kleurt psychedelisch en Paul en zijn vierkoppige band nodigen ons uit om deel te nemen aan een ‘magical mystery tour’. En dat is het zeker want de setlist is voor mij ‘a dream come true’, vanwege het grote gehalte aan Beatles classics die bovendien de plaatversie zo goed als benaderen dankzij een overtuigende, geoliede uitvoering. Klassiekers uit het Beatles verleden worden afgewisseld met nummers uit het oeuvre van Wings (het door knallend vuurwerk ondersteunde “Live and let die” – een beetje teveel van het goede volgens Paul, het schitterende “Band on the run”, “Jet”) en uiteraard Pauls solocarrière. Het ligt voor de hand dat liedjes uit laatstgenoemde categorie wat minder massaal ontvangen c.q. herkend worden maar anders dan je misschien zou verwachten, houden deze songs zich goed staande tussen hun vaak veel bekendere broeders. Het korte maar krachtige (en niet te vergeten Beatles-achtige) “Flaming pie” en het charmante “Dance tonight” bijvoorbeeld houden de aandachtsspanne moeiteloos vast. Maar zoals gezegd, het zijn toch vooral de Beatles songs die bij het publiek een collectief  “Yes!” gevoel genereren, van de vrolijke beatpop van “Drive my car” via het sentimentele “The long and winding road” naar het bluesrockende “Get back”, om maar enkele van de gevarieerde kanten van The Fab Four te noemen die vanavond de revue passeren. En zo is het een aaneenrijging van hoogtepunten, kickend op “Daytripper” en “Paperback writer”. The Beatles live meemaken is al langer dan 40 jaar niet meer mogelijk, maar dichter in de buurt kun je, gezien de combinatie van setlist, spelniveau en natuurlijk de aanwezigheid van een heuse ex-Beatle in blakende vorm himself anno nu niet komen.

Even emotioneel als indrukwekkend zijn de intieme vertolkingen van “Blackbird” en “Something”. Eerstgenoemde leidt Paul in door te vertellen wat hem inspireerde tot het schrijven van het nummer (de strijd van de zwarte bevolking in de zuidelijke staten van Amerika om gelijke burgerrechten anno einde jaren zestig) en wanneer hij het speelt wordt het Gelredome eventjes net zo ‘klein’ als het liedje zelf. Het door George Harrison gecomponeerde “Something”, gespeeld op een van hem gekregen ukelele, is een prachtig eerbetoon aan “a good friend”. Vriendschap komt ook weer ter sprake wanneer Paul halverwege “A day in the life” het nummer laat overgaan in “Give peace a chance” dat als een hommage aan John Lennon is bedoeld en tot massale samenzang leidt. Aan zijn overleden echtgenote Linda wordt “My love” opgedragen, wat me niet onberoerd laat. Paul McCartney mag dan al 67 jaar oud zijn, op het podium is daar weinig van te merken. Hoezo AOW gerechtigde leeftijd? Paul heeft nog steeds een jongensachtige charme en een jeugdige schalksheid. En hij mag dan al een halve eeuw of wat in het vak zitten, aan zijn spelplezier is dat niet af te lezen. Paul dolt met het publiek (reagerend op iemand met een opgestoken bord die zijn vriendin voor een plectrum wilde ruilen), vertelt grappige anekdotes (songteksten onthouden in combinatie met het lezen van wat fans op meegenomen plakkaten hebben geschreven brengt hem in de war) en doet in het Nederlandse gesproken aankondigingen / bedankjes (“Dit nummer is voor George”).

Hoe divers The Beatles waren in hun carrière zie je weerspiegeld in de reacties van het publiek op de verschillende songs. “Ob-La_Di Ob-La-Da” vind ik met afstand het meest tenenkrommende nummer dat de band ooit op plaat heeft vastgelegd, maar wanneer Paul het tot mijn plaatsvervangende schaamte ten gehore brengt, zie ik pal voor me een rijtje onhippe dames van onbestemde leeftijd opveren, meeklappen en meezingen zoals ik ze nog niet eerder heb zien doen. Mijn buurvrouw is eveneens in haar nopjes maar weet in haar enthousiaste participatie nog tijd te vinden om een korte maar veelbetekende niet begrijpende blik in mijn richting te werpen. Omgekeerd, wanneer Paul in de toegift het publiek voorbereidt voor een echt rocknummer en vervolgens “Helter skelter” inzet, zie ik fronsende blikken en een apathische houding bij de Ob-La-Di Ob-La-Dames, terwijl mijn buurvrouw het als een teken opvat om alvast met zoonlief op huis aan te gaan. Ik sta echter te genieten en zing het refrein mee, net als bij menige andere song, de ene keer wat harder dan de ander. Er zijn dan al ruim twee en een half uur verstreken wanneer de finale “Sgt. Pepper’s lonely hearts club band” wordt ingezet. “We hope you have enjoyed the show”, zingt Paul, en dat kan ik alleen maar van harte beamen. Met een “See you next time” neemt hij afscheid. Gezien zijn leeftijd zou je daar misschien aan kunnen twijfelen, maar gelet op zijn energie is het zeker niet ondenkbeeldig. Ik hoop het van harte want dit was een in één woord: magical!

Setlist: Magical mystery tour * Drive my car * Jet * Only mama knows * Flaming pie * Got to get you into my life * Let me roll it / Foxy lady * Highway * The long and winding road * (I want to) come home * My love * Blackbird * Here today * Dance tonight * And I love her * Mrs Vanderbilt * Eleanor Rigby * Band on the run * Ob-La-Di, Ob-La-Da * Sing in the changes * Back in the U.S.S.R. * Something * I’ve got a feeling * Paperback writer * A day in the life / Give peace a chance * Let it be * Live and let die * Hey Jude * Day tripper * Lady Madonna * Get back * Yesterday * Helter skelter * Sgt. Pepper’s lonely hearts club band

Meer foto’s hier!

11 januari 2010

Oplossing Kerst- en Nieuwjaarspuzzel 2009

Het is dan wel niet de eerste week van januari geworden dat de oplossing van de traditionele Kerst- en Nieuwjaarspuzzel bekend wordt gemaakt, maar met een beetje vertraging is ‘ie hier dan toch. Hopelijk heeft iedereen er veel puzzelplezier aan beleefd – ondanks de veelgehoorde opmerking dat het dit jaar best moeilijk was – en zo niet: dan volgend jaar beter!

Levensleed
Foto 3: Michael Jackson. > hoort bij 1e omschrijving: BUBBLES > B op 39
Foto 6: Marco Borsato. > hoort bij 2e omschrijving: BILLY VERA > V op 1
Foto 5: Dirk Scheringa. > hoort bij 3e omschrijving: WOGNUM > U op 16
Foto 1: Connie van Breukhoven / Vanessa. > hoort bij 4e omschrijving: DE BOEZEMVRIEND > Z op 35
Foto 7: Jan Smit. > hoort bij 5e omschrijving: MILAAN > L op 6
Foto 4: Ramses Shaffy. > hoort bij 6e omschrijving: WERK > E op 31
Foto 8: Ria Brieffies. > hoort bij 7e omschrijving: ANITA > I op 50
Foto 2: Patricia Paay. > hoort bij 8e omschrijving: THE ANDREWS SISTERS > D op 10

Werken tot je 67e? Aaah! Oooh! Wee!
(Anthony) HOPKINS > O op 13
(Harry) MULISCH > I op 27
(Joseph) RATZINGER > N op 32
(Edwin) RUTTEN > R op 54
(Roman) POLANSKI > O op 47
(Keith) RICHARDS > D op 52
(Adrie) VAN TOOR > R op 49
BEATRIX (van Oranje-Nassau) > E op 24

Door de bank genomen
Bank BRIEF Hoofd > F op 9
Bank SCHROEF Draad > F op 12
Bank GEHEIM Schrift > E op 53
Bank WEZEN Lijk > E op 3
Bank ROET Laag > E op 34
Bank GARANTIE Bewijs > N op 25
Bank RELATIE Vorm > E op 11
Bank KREDIET Ruimte > D op 38

La influenza Mexicana
ZWARTE DOOD > O op 22
EBOLA > A op 43
HIV > I op 17
SPAANSE GRIEP > N op 37
SARS > R op 14
VOGELGRIEPVIRUS > V op 23
POKKEN > E op 19
DENGUE > G op 33

Bakzeil halen
Zeil JACHT Schotel > T op 42
Zeil KAMP Bewoner > A op 44
Zeil VLOOT Dagen > O op 36
Zeil WEER Woord > E op 5
Zeil SCHOOL Slag > O op 48
Zeil SPORT Vrouw > S op 41
Zeil KUNST Beleid > N op 56
Zeil VAARDIG Heden > V op 46

De aanslag die niet aansloeg
Dader foto 1: Volkert van der Graaf [slachtoffer: Pim Fortuyn] (1) + Mediapark, Hilversum (4) = 5(e letter) > E op 30
Dader foto 2: Lee Harvey Oswald [slachtoffer: John F. Kennedy] (2) + Dealey Plaza, Dallas (7) = 9(e letter) > I op 55
Dader foto 3: Mohammed Bouyeri [slachtoffer: Theo van Gogh] (3) + Linneausstraat, A’dam (1) = 4(e letter) > D op 26
Dader foto 4: James Earl Ray [slachtoffer: Martin Luther King] (4) + Lorraine Motel, Memphis (1) = 5(e letter) > E op 40
Dader foto 5: Mark Chapman [slachtoffer: John Lennon] (5) + Dakota Building, New York (9) = 14(e letter) > N op 20
Dader foto 6: Balthasar Gerards [slachtoffer: Willem van Oranje] (6) + Prinsenhof, Delft (8) = 14(e letter) > N op 45
Dader foto 7: John Wilkes Booth [slachtoffer: Abraham Lincoln] (7) + Ford’s Theatre, Washington D.C. (7) = 14(e letter) > N op 29
Dader foto 8: Sirhan Bishara Sirhan [slachtoffer: Robert Kennedy] (8) + Ambassador Hotel, Los Angeles (10) = 18(e letter) > R op 2

De hoogste baan voor een Europeaan
Foto 1: Anders Fogh Rasmussen, secretaris-generaal van de NAVO (Denemarken) > hoort bij 5e omschrijving > antwoord = (Hans Christian) ANDERSEN, auteur van De Kleine Zeemeermin > D op 4
Foto 2: Josef Fritzl, berucht incestpleger (Oostenrijk) > hoort bij 4e omschrijving > antwoord = ALPEN > E op 51
Foto 3: Björn Ulvaeus, ooit een kwart van Abba (Zweden) > hoort bij 6e omschrijving > antwoord = HENNES & MAURITS  > E op 8
Foto 4: Rafael Nadal, tennisser (Spanje) > hoort bij 2e omschrijving > antwoord = FRANCISCO (Franco) > N op 18
Foto 5: Bono alias Paul Hewson, zanger van U2 (Ierland) > hoort bij 8e omschrijving > antwoord = GUINNESS > E op 28
Foto 6: Daniel Radcliffe, acteur en vertolker van Harry Potter (Groot-Brittanië) > hoort bij 7e omschrijving > antwoord = RICHARD (Branson) > I op 7
Foto 7: Kristel Verbeke, een der drie K3 zangeressen (België) > hoort bij 1e omschrijving > antwoord = ATOMIUM > T op 15
Foto 8: Angela Merkel, bondskanselier van Duitsland (Duitsland) > hoort bij 3e omschrijving > antwoord = BONN > B op 21

Eindoplossing:
VREDE, LIEFDE, FORTUIN EN BOVENDIEN
EEN GEZOND BESTAAN VOOR IEDER IN 2010!

November 2009

CD’s

LOCAL NATIVES – Gorilla manor
Vijftal uit Los Angeles dat me recentelijk zeer aangenaam verraste met hun schitterende single “Sun hands”, de opmaat voor dit debuutalbum dat gekenmerkt wordt door louterende folkpop met harmonieuze samenzang, dat bij fans van Fleet Foxes en Grizzly Bear – of een stuk verder terug in de tijd: Crosby, Stills, Nash & Young – in de smaak zou moeten vallen. Gelet op het succes van twee eerstgenoemden is het klimaat voor LN momenteel erg gunstig, zeker gezien de fraaie, heldere en doordachte composities, in het bijzonder “Wide eyes”, “World news”, “Warning sign” en het al genoemde hoogtepunt “Sun hands”. 

INVASION – The master alchemist
Twaalf nummers telt de debuutplaat van dit Britse metal trio maar aangezien de meeste onder de twee minuten blijven, is de invasie ruim binnen een half uur gepiept. De uitdrukking ‘kort maar krachtig’ is hier echter van toepassing. Want met een uitgeklede basisopstelling van gruizige gitaar met psychedelische trekjes, simpele maar effectieve drums en distinctieve zang (op conto van de met soul uithalende Chan Brown, verwant aan Skunk Anansie’s Skin), typische metal songtitels (“Spells of deception”, “Six red wizards”, “Evil forest”) en het ontbreken van solo’s (!) levert Invasion een puike plaat af, en niet alleen voor headbangers.

EBONY BONES! – Bone of my bones
De Britse Ebony Thomas heeft zich op de hoes van haar eerste cd laten vastleggen in een bontgekleurde outfit, met een deels beschilderd gezicht en op het hoofd een joekel van een Afrokapsel. Haar eclectische ‘look’ wordt weerspiegeld in de muziek: single “The muzik” is new wave funkpunk disco waar The Rapture jaloers op zou worden, voor “Don’t fart on my heart” zijn postpunk, Bow Wow Wow en The Slits op een hoop gegooid, de invloed van M.I.A. hoor je terug in “W.A.R.R.I.O.R.” en “In G.O.D. we trust (Gold Oil Drugs)”, en elders wordt er electro en pop in de mixer gegooid. Kortom, er zit nogal wat smakelijk vlees aan deze beenderen!

PALOMA FAITH – Do you want the truth or something beautiful?
Wil je een excentrieke, vocaal getalenteerde zangeres met soul in haar strot of een substituut? Een vraag die gesteld zou kunnen worden als je (danseres / actrice / voormalig goochelaarassistente en nu ook zangeres) Paloma Faith afzet tegen Amy Winehouse waar ze qua muziekstijl en stem duidelijk een afgeleide van is. Achter Paloma staat een team van competente, bedreven songschrijvers (o.a. het montere “Upside down”, de zelfverzekerde binnenkomer “Stone cold sober”, het sentimentele titelnummer), Paloma is zelf een begenadigde vocalist, en toch wil het ‘soul kwartje’ niet even consequent vallen als bij Amy. Wat Paloma echter voor heeft op Amy: ze gebruikt geen drugs!

THE CHEMISTS – Theories of Dr Lovelock
Na een aantal overtuigende singles presenteren The Chemists (uit Bristol) hun debuutalbum. De chemische samenstelling van “Theories of Dr Lovelock” bestaat uit elementen van diverse collega (indie) bands zoals daar zijn (‘old school’) Editors (“Something for the weekend”), The Killers (“A love like no-one else”), Foo Fighters (“Radio booth”), Razorlight (“Hear our song”) en zo kan ik nog wel even doorgaan. Originaliteit is ver te zoeken, al is het jatwerk gedegen gedaan. Maar om echte chemie tussen band en luisteraar tot stand te brengen is meer nodig. 

Met terugwerkende kracht

BAUHAUS – In the flat field
Het is bijna dertig jaar geleden dat “In the flat field” het levenslicht zag, en die mijlpaal wordt gevierd met deze geremasterde ‘omnibus edition’ (lees: afwijkend formaat, boekje erbij en een tweede CD met singles, demo’s etc.). Recensies waren destijds niet onverdeeld positief, maar spreek ik voor mezelf dan is dit mijn favoriete Bauhaus album en een auditief fundament van het gothic postpunk genre. De dreigende openingszet “Double dare” en de gejaagde titeltrack zijn de onbetwiste hoogtepunten. 

MIDDLE CLASS – Out of vogue – the early material
Op de vraag wie de ‘uitvinders’ of oervaders van hardcore punk waren, zal de beter geïnformeerde muziekkenner al snel Bad Brains, Black Flag of Minor Threat antwoorden, maar echte genrekenners zouden wel eens met het veel minder bekende, zeg maar gerust vrij obscure Middle Class op de proppen kunnen komen. Drie broers en een schoolvriend uit Santa Ana, Californië die al in 1978 de 100 km p/u punkvariant op plaat slingerden, en misschien daarom de eerste waren. Veel interessanter is dat ze nog voor het genre goed en wel brede navolging kreeg, het lieten voor wat het is en de overstap maakten naar postpunk / new wave in de stijl van Joy Division / Warsaw. Dat levert muzikaal gezien de beste nummers op (o.a. “Home is where”, “Last touch”) van deze compilatie van hun vroegste werk.

Singles

EDITORS – Papillon
OK, iedereen is het erover eens dat de synthesizer riff tijdens de coupletten geleend zijn van Eurythmics’ “Sweet dreams”, maar daar houdt de vergelijking verder mee op. Belangrijker is dat “Papillon” de geslaagde electropop vlinder is die uit de grijze cocon van het voorgaande album tevoorschijn is gekomen. En wie had ooit gedacht dat Editors nog eens onder handen zou worden genomen door onze ‘eigen’ Tiësto? Want Thijs maakt op de B-kant het nummer panklaar voor bredere (overdrachtelijk gezien…) dansvloeren.

WILD BEASTS – Hooting & howling
Eén van de hoogtepunten van Wild Beasts’ tweede album “Two dancers” is terecht de status van single toegekend. Het verfijnde, doordachte nummer is een toefje slagroom waar de geoefende smaakpapillen The Blue Nile, vroege Prefab Sprout en The Smiths in proeven, met de falsetstem van Hayden Thorpe als over de tong glijdende engel.

THE RAYOGRAPHS – Francis
“Francis” is de tweede single van een talentvol Brits trio bestaande uit drie jongedames, en een bewijs dat voorganger “Hidden doors” geen toevalstreffer was. Verwante geesten van Patti Smith, PJ Harvey circa “Dry”, The Duke Spirit en The Breeders: bands waarin vrouwen het gezicht en de stem bepalen. Ook dat is geen toeval. 

THE PHENOMENAL HANDCLAP BAND – 15 tot 20
Funky disco waar de jaren zeventig als een vet stempel op zijn gedrukt. Je waant jezelf even op een rood / geel / groen verlichte dansvloer, met plateauzolen onder wijde pijpen, terwijl een ronddraaiende glitterbol de ruimte als een sterrenhemel verlicht. Groovy!

MPHO – Box n locks
De uit Brixton afkomstige Mpho is afkomstig uit Brixton (Londen) en je zou haar, puur op basis van uiterlijke kenmerken, gemakzuchtig kunnen wegzetten als een r’n’b artieste. En dat is nou zo’n vooroordeel waar Mpho zich in “Box n locks” tegen verzet. Want dit is pop vermengd met indie anno nu, zelfs al wordt dankbaar gebruik gemaakt van een instant herkenbare sample van Martha & The Muffins’ new wave hitje “Echo beach” uit ’79.

BETH JEANS HOUGHTON & THE HOOVES OF DESTINY – Hot toast vol. 1
De tweede EP van de talentvolle singer / songwriter uit Newcastle upon Tyne bevat vijf songs die in twee categorieën kunnen worden onderverdeeld: enerzijds vrolijk huppelende countrypop (“I will return, I promise”, “Hot toast”) en anderzijds lieflijke, klein gehouden folk (“Anne Cramb”, “Cruel Francis”). Uitzondering op de regel is “Lilyputt” die beide typen effectief combineert.

THE LEISURE SOCIETY – Save it for someone who cares
Vriendelijke, wiegende pop voor in de hangmat in een Engelse tuin, met een kopje thee en scones binnen handbereik. Precies wat je mag verwachten van een band die zich ‘de vrijetijdsmaatschappij’ noemt. Waar kan ik me aanmelden?

THE XX – Islands
En toen waren er nog maar drie… Tja, ik vond de inmiddels opgestapte Baria Qureshi al tijdens Metropolis in juli jl. even verveeld als ongelukkig haar partijen afwerken. Maar goed, iedereen met een stel goede oren aan het hoofd zal het toch met me eens moeten zijn dat “Islands”, noch voorganger “Basic space” de opvolger van “Crystalized” had moeten zijn, maar “Night time”. Dat gezegd hebbende, het maakt “Islands” niet minder tot een minimalistisch sieraad.

MIRRORS – Into the heart
“Into the heart” is de tweede, van een licht melancholische inslag voorziene single van electropop bandje Mirrors. Best aardig, in de zin dat Orchestral Manoeuvres In The Dark ten tijde van “Souvenir” en “Joan of Arc” het tot een B-kantje of vooruit, een albumtrack zouden hebben gedoopt.

HOCKEY – Song away
Tamme 80er jaren pop die zonder meer inzetbaar is in de soundtrack van een clichématige ‘high school’ tienerfilm, tijdens de slotscène waarin alles op zijn pootjes terechtkomt en de aftiteling begint te lopen. Het refrein heb je zo te pakken, wat dan toch weer een soort van verdienste is.

4 januari 2010

London Calling (dag 2) - Amsterdam : Paradiso : zaterdag 21 november 2009

Zo beroerd als de eerste dag van London Calling in Paradiso van start ging, zo hoopgevend en opwindend begint de tweede dag. Verantwoordelijk daarvoor is Four Dead In Ohio, een band die je al vanaf de eerste tonen het gevoel geeft getuige te zijn van iets bijzonders. Het kwartet, niet uit Ohio maar afkomstig uit London, is een kruising tussen Oasis ten tijde van “Definitely maybe” en Verve toen ze nog zonder het voorvoegsel “The” door het leven gingen. Zanger Jakob Ohlen, van geboorte Zweed, heeft met zijn hoge pet iets weg van The Waterboys’ Mike Scott, zelfs al wordt zijn gezicht veelal bedekt door lange, sliertige haren en is het podium amper verlicht. Het schijnsel waar we het vooral mee moeten doen, bevindt zich namelijk achter de band: allerhande diaprojecties en bewegende beelden met een psychedelisch of surrealistisch karakter. Hun eerste (7”) single “Jesus won’t dance in my high heels” deed tijdens de eerste draaibeurt mijn oren spitsen, opvolger “Taste like the good love” – vooralsnog alleen als download verkrijgbaar – zorgde voor eenzelfde effect. Live komt het nog indrukwekkender over, en dat geldt voor alle gespeelde nummers. Een geweldig begin van de tweede London Calling avond zoals gezegd, wat toch een dubbel gevoel oplevert. Want zou deze sterke opener niet ook kunnen betekenen dat het hierna alleen maar minder zal worden…? Er is geen merchandise van de band te koop helaas, dus het T-shirt moet ik er maar zelf bij verzinnen. Gelukkig krijg ik uren later wel nog de kans Jakob een hand te geven en hem te complimenteren met ‘a great gig’, ook al is het dan inmiddels 01.30 u en zijn we beiden niet geheel nuchter meer…. Oftewel: van Four Dead In Ohio naar Two Pissed In Amsterdam J

Na Maxïmo Park mogen we een nieuw talent uit Newcastle verwelkomen: Beth Jeans Houghton, een ontwapenende singer / songwriter die is begiftigd met een mooie, bij vlagen engelachtige stem en een talent voor het schrijven van liedjes die op je inwerken als een subtiele parfumlucht. Ze is pas 19 lentes jong, draagt een blonde pruik van het type B52 en laat zich begeleiden door The Hooves Of Destiny: een goedgemutste drummer met een soort Caesariaanse namaak overwinningskrans op het hoofd en een bassist die ogen op zijn oogleden heeft geschminkt zodat de indruk wordt gewekt dat hij met gesloten ogen je toch aankijkt. Beth bekent een oogje te hebben op Devandra Banhart en ze geeft aan al behoorlijk lang op te zijn omdat ze zo vroeg zijn vertrokken vanochtend. Ze zingt, speelt gitaar en keyboards, en haar zachtaardige folksongs hebben soms een countryachtige inslag zoals “Harlequin” en het vrolijke “I will return, I promise”, waarbij ze vocaal wordt ondersteund door een tweekoppig vrouwelijk achtergrondkoortje waar zowel de woorden ‘schattig’ als ‘sexy’ op van toepassing zijn. En zo is BJH na een prima openingsact verantwoordelijk voor een tweede bijzondere en aangename verrassing.

Enkele maanden geleden kwam ik in een NME playlist de naam The Boxer Rebellion tegen en dat verbaasde me zeer. Ik was namelijk in de veronderstelling dat de band al jaren niet meer bestond. Het laatste teken van leven dat ik van ze ontving was hun redelijk geslaagde debuutalbum “Exits” uit 2005, hetzelfde jaar waarin ze een editie van London Calling mochten openen en dat me na afloop prompt besloot tot de aanschaf van een – sindsdien weinig meer gedragen – T-shirt. Maar zie, TBR blijkt nooit uiteen te zijn gegaan en in de luwte van de tussenliggende jaren is er in ongewijzigde bezetting werk verzet wat zich nu eindelijk lijkt uit te betalen. Het nieuwe album “Union” bevat breed uitwaaierende songs waar meer dan eens U2 bij om de hoek komt kijken, getuige het onder meer vanavond gespeelde “Evacuate” en af en toe ook Coldplay (“Flashing red light means go”). ‘Oudjes’ zoals “Watermelon”, één van hun beste tracks die me in eerste instantie op de band attent maakte, worden niet vergeten en sluiten goed aan bij hun huidige werk. The Boxer Rebellion lijkt klaar te zijn voor het grote werk. Het is ze gegund. 

Je ziet het maar zelden op London Calling, een soloartiest die ook echt in zijn eentje optreedt. Singer / songwriter Kid Harpoon (echte naam: Tom Hull) is er zo een. Gewapend met slechts een akoestische gitaar, een voorraad aan liedjes en een blik die het midden houdt tussen optimisme en gretigheid speelt hij folksongs met een af en toe rock’n’roll-achtige energie. Hij begint met “Milkmaid”, afkomstig van zijn eerste EP – toepasselijk getiteld “The First E.P.” – dat op plaat, geldend voor ook andere deze avond ten gehore gebrachte nummers, is opgetuigd met andere instrumenten zoals drums, bas en strijkers. Nu dus niet, en zodoende krijgen we de naakte versies gepresenteerd, ‘unplugged’ om het zo maar te zeggen. Het is niet naar ieders smaak, gelet op het publiek dat langzamerhand de zaal uitdruppelt, en daar ben ik er zelf ook één van. Kid Harpoon is een sympathieke ‘folkie’ maar in vergelijking met genregenoot Beth Jeans Houghton, die een dik half uur eerder niet naliet indruk te maken, is hij niet aan mij besteed.

In het kader van (twee) London Calling Warming Up avonden die vorig jaar, naar het zich laat aanzien, als een eenmalig experiment werden georganiseerd bij wijze van opmaat naar het reguliere festival, waren een jaar geleden Wild Beasts al te zien in Paradiso. Dat bewuste optreden was goed voor een plek in mijn eindejaarslijst van 2008. Helaas gaan ze dat een jaar later niet herhalen. Ik moet het voor een belangrijk deel toch weer afschuiven op het geluid in de benedenzaal dat van de subtiele elementen in het Wild Beasts geluid weinig overlaat. En ik had me nog wel zo verheugd op dit weerzien, want hun tweede album “Two dancers” behoort tot de jaarfavorieten in huize indindo. Waar ik wel blij om ben is de positieve ontvangst die de band ten deel valt. Ik was toch een beetje bang dat het anders zou gaan uitpakken. De opvallende falsetstem van Hayden Thorpe is immers even wennen, en zelfs dat kan misschien nog teveel gevraagd zijn van luisteraars die niet voor het onconventionele open durven staan. Overigens worden Hayden’s hoge vocalen in vergelijking met zowel het vorige album als het optreden van een jaar eerder vaker afgewisseld met de warme bariton van bassist Tom Fleming. Ondanks dat het geluid niet in het voordeel van de band is, kan ik toch genieten van de inventieve gitaarpop die zo mooi tot uitdrukking komt in “Hooting & howling”, het meesterlijke “We still got the taste dancing on our tongues” en het excentrieke “Brave bulging buoyant clairvoyants”. 

Een plaat die me vorig jaar zeer aangenaam wist te verrassen was de EP “V” van het Amerikaanse vijftal Violens.  De bandnaam mag dan lijken op ‘violence’ (en wordt trouwens wel als zodanig uitgesproken) maar de muziek is allesbehalve gewelddadig. Eerder weldadig. Briljante, charmante pop met prachtige samenzang, zonlicht dat door boomtakken naar beneden stroomt op een warme deken van gras in de ‘summer of love’ aan de Amerikaanse Westcoast. Klinkt lyrisch, nietwaar? Jammer dus dat ik me moeite moet geven om daar vanavond nog iets van terug te horen, het is geen gemakkelijke opgave om de perfectie op plaat te vertalen naar het podium. Begrijpelijk, dat wel, maar dat is nog even los van het feit dat ik eerlijk gezegd geen songs herken van genoemde EP. De meest recente single “Lightning lightning” zit er in ieder geval wel tussen. Het is duidelijk dat de band geëvolueerd is, misschien niet in de richting die ik op basis van hun debuut had gehoopt / verwacht, maar ik blijf ze zeker nog met interesse volgen.  

Zou er vanavond een publieksprijs te vergeven zijn, dan lijdt het geen twijfel dat Bombay Bicycle Club die in de zak mag steken. Een jaar geleden waren ze er ook al (veel ‘op herhaling’ deze London Calling editie) maar toen was er nog geen sprake van deze grote omvang aan enthousiaste publieksreacties –en participatie die ze dit keer mogen ontvangen. Het jonge viertal raakt duidelijk een gevoelige snaar bij hun zo goed als leeftijdsgenoten die in de grote zaal staan te springen als gekken en tijdens de finale massaal het podium beklimmen terwijl de band redelijk onverstoorbaar verder speelt. Hoe is het zo gekomen dat BBC zo populair is geworden? Uit recensies ben ik bekend met hun groeiende status in Engeland (zo trokken ze veel volk tijdens Glastonbury dit jaar) maar in Nederland is het kennelijk ook aangeslagen. De indierock van BBC heeft bij vlagen nog het meeste weg van Placebo, en ondanks hun jeugdige leeftijd klinkt hun muziek volwassen. Ik kan er redelijk mee uit de voeten, net als met het goed ontvangen debuutalbum “I had the blues but I shook them loose”, een credo dat de kids vanavond ter harte nemen. Ik kan het ongebreidelde enthousiasme, enkele songs daargelaten (o.a. “Evening / morning”), echter (nog) niet delen.

Getalenteerd en ambitieus, dat zijn twee woorden die van toepassing zijn op Grammatics. Je zou het progrock kunnen noemen, maar dan samengevat in popsongs met een dramatische zwier en epische trekjes. Muse maar dan minder pompeus, idem Arcade Fire. Zanger / gitarist Owen Brinkley heeft een dijk van een stem, een falset met hartstocht, en celliste Lindsay Wilson zorgt voor sierlijke accenten met haar apart vormgegeven instrument. Op plaat vindt er niet altijd meteen een klik plaats tussen Grammatics en ondergetekende, maar in deze dertig minuten geef ik me gewonnen. “Double negative” en “Murderer” zijn passionele popsongs waar je niet om heen kunt.

Jack Peñate kon wel een pepmiddel hebben gebruikt, zo energiek en beweeglijk is hij. Hij zweept het publiek op, springt op en neer als een dolle en lijkt zijn eigen grootste fan te zijn. Zijn laatste album “Everything is new” vormt de hoofdmoot van de setlist, met gedreven vertolkingen van “Pull my heart away” en de sublieme Afropop van “Tonight’s today”. Voorganger “Matinee” is leverancier van de drie gespeelde singles “Torn on the platform”, “Second, minute or hour” en “Spit at stars”, maar daar blijft het (helaas) bij. De albumtitel van “Everything is new” moet echt letterlijk worden genomen, Jack is met een schone lei begonnen als het ware, en gesteund door positieve recensies volgend op zijn koerswijziging is er geen weg meer terug. Jammer, want “Matinee” kan me veel meer bekoren dan zijn opvolger. Maar wie ben ik, want Jack neemt het publiek met succes mee op sleeptouw in zijn dynamische performance.

Omdat je toch iets moet doen om jezelf te onderscheiden van andere bands, al is het maar in de benaming, laat de naam van het Amerikaanse kwartet Pyramiddd zich, zoals te lezen valt, met twee extra d’s aan het einde spellen. Het schijnt dat ze voorheen door het leven gingen als Starfucker, wat ik persoonlijk een leukere naam vindt. Doet het er verder nog iets toe? Nee, want ik kan er niet warm of koud van worden. De vier Amerikanen dragen jurken dan wel een eighties aerobics outfit, inclusief zweetband om het hoofd. Waarom deze verkleedpartij nodig is weet ik niet, wellicht omdat ze zichzelf niet zo serieus nemen. Dat is prima, maar het lijkt er een beetje op alsof ze net zo denken over hun muziek. En dat vind ik wat problematischer. “Disco sucks!” zo luidde een populaire frase uit de jaren zeventig, bedacht in Amerika tijdens de discorage die niet door iedereen kon worden gewaardeerd. De band maakt electro disco pop die bijna als een bewuste parodie op zichzelf klinkt. En als het toch serieus bedoeld is, noem het dan maar ‘cheesy’. De laatste paar songs zijn dan weer wel leuk, en goed genoeg om enkele toeschouwers enthousiast in beweging te krijgen, maar ik weet zelf niet zo goed wat ik met deze band aan moet.

De metaalmoeheid is beginnen met toeslaan onder het publiek. Het is lang niet meer zo druk als eerder op de avond, de meest in trek zijnde acts hebben al gespeeld en nu moet er ook nog gewacht worden op de laatste band in de grote zaal: The Phenomenal Handclap Band uit NYC, een collectief van acht personen. In het midden, achter zijn keyboards, staat zanger Daniel Collás, die in kleding, haardracht en voorkomen een zekere gelijkenis vertoont met Jim Morrison. Hij wordt geflankeerd door twee in stijlvol zwart geklede, langharige zangeressen en een aantal musici die qua muziek en uiterlijk de geest van eind jaren zestig, begin jaren zeventig ademen, met diverse uitstapjes naar de disco van enkele jaren later. Psychedelische rock, funk, soul en disco als een ‘melting pot’ van de stad waar ze vandaan komen. Af en toe lijken nummers op uit de hand gelopen jams met een (funky) hippie ‘vibe’ (“I been born again”), dan staan we weer op de dansvloer van Studio 54. Niet onaardig maar ‘phenomenal’ wil het nergens worden. Het lijkt ook niet erg aan te slaan bij het publiek, maar na 11 bands op rij is dat te verwachten. Wellicht kan het festival voortaan beter ingekort worden. Beter een paar bands minder dan een paar bands meer, als blijkt dat de laatste loodjes toch niet echt meer getrokken worden. Ook ik ben moe en murw geworden, en ik zie uit naar het einde.

De volhouders krijgen van London Calling een laat toetje geserveerd in de persoon van MPHO. Het klinkt als een artiestenalias of een afkorting maar het is toch echt de voornaam van zangeres Mpho Skeef, die zich laat begeleiden door een gitarist en een drummer. Mpho is een innemende persoonlijkheid met een vlotte babbel en een gulle (glim)lach. Ze maakt dansbare r’n’b pop waar commercieel iets te halen valt en nog indie genoeg is om ook bij die ‘markt’ in de smaak te kunnen vallen. Het beste voorbeeld daarvan is het 80er jaren-achtige “Box n locks”, dat gebruik maakt van een sample afkomstig van Martha and the Muffins’ hitje “Echo beach”. Ook “Fix ya face” zou een breed publiek moeten kunnen aanspreken. Hoe leuk ook, ik ben blij als het erop zit want ik verlang naar mijn bed na zoveel uren non-stop live optredens. Daar zaten echter weer een paar hoopgevende beloftes voor de toekomst tussen. En dat maakte deze tweede avond van London Calling wat mij betreft tot een geslaagde showcase. Tot over een half jaar dan maar weer!

Meer foto’s hier!

London Calling (dag 1) - Amsterdam : Paradiso : vrijdag 20 november 2009

Een goed begin is het halve werk. Maar met een band als Kings Of Spain moet de arbeid nog vanaf de grond beginnen. Wat de reden van hun aanwezigheid op dit festival is, mag Joost weten. Nou ja, de programmeur dan, maar die heet geen Joost. Gezichtsloze indie, ontdaan van elke vorm van sprankeling, bezieling of innovatie, en zo charismatisch als een grijze muismat. Kings Of Spain, ze mochten het willen. Losers Of Britain, zullen ze bedoelen.

Het uit Zweden afkomstige Sad Day For Puppets kan de valse start van de avond maar mondjesmaat goedmaken. Ze maken indie pop met een dun laagje ‘shoegaze’. Op zichzelf niks mis mee, maar wat ontbreekt is een eigen gezicht. Hun songs komen allemaal iets te bekend voor en blijven hangen in anonimiteit. Heel af en toe komt er iets bovendrijven waar je een ‘shoegaze’ label op zou kunnen plakken, maar zulke momenten zijn zeldzaam. Ik zou het eerder ‘roofgaze’ willen noemen, want dat is wat de muziek met me doet. Het laat mijn blik namelijk onwillekeurig afdwalen naar het plafond. De zangeres is een lief, onschuldig en fragiel ogend knokig meisje die afscheid neemt met kushandjes. Later op de avond staat ze toevallig een tijdje naast me, wanneer we samen naar een andere band staan te kijken. Iemand stoot per ongeluk tegen haar aan en morst bier over haar zwarte jurkje. Ze is te timide om er iets van te zeggen. Ik krijg bijna de neiging om haar troostend over de bol te aaien. Jammer dat haar band me verder koud laat.

London Calling belooft haar bezoekers opkomende bands met groeipotentieel en een gerede kans om tot grote hoogten te stijgen, dus in dat opzicht heeft het Schotse viertal We Were Promised Jetpacks zich van een toepasselijke naam voorzien. Bij het horen van WWPJ schieten me diverse namen te binnen, uiteenlopend van Bombay Bicycle Club tot Foals en van Bloc Party tot The Wedding Present. Het zijn allemaal stukjes en beetjes van genoemde en andere bands die ik in WWPJ terughoor, waarbij nooit één element de overheersende hand heeft. Met de spannende opener “It’s thunder and it’s lightning” wordt de aandacht getrokken en alle songs, zoals “Quiet little voices”, hebben een goede ‘drive’. Een voldoende is op zijn plaats, maar toch zie ik me niet zo snel een plaat van ze kopen. Daar vind ik de band dan net niet bijzonder genoeg voor, of beter gezegd: ik mis een klik tussen ons.

De eerste band van de avond die me echt weet te raken is The Leisure Society. Ik ben niet erg goed met ze bekend, want tot dusverre heb ik alleen één single van ze, te weten het fraaie “Save it for someone who cares”, een pareltje bestaande uit een warme, zachtaardige mengeling van pop en folk, mooi meerstemmig gezongen en versierd met weelderige strijkers. Dat nummer staat niet op zichzelf, zo blijkt al vanaf het begin, want het kenmerkt alles wat TLS in een half uur ten gehore brengt. Hoofdverantwoordelijk zijn zanger / gitarist Nick Hemming – ooit deel uitmakend van The Telescopes, in een vorige incarnatie ironisch genoeg lawaaimakers à la My Bloody Valentine – en zijn muzikale kompaan Christian Hardy. “Do you like Gary Numan?” vraagt Christian (zang / toetsen / gitaar) aan het publiek. Na een bevestigend antwoord  volgt een van de mooiste covers die ik ooit heb mogen horen: de transformatie van het klinische origineel “Cars” naar zijn weemoedige, melancholische variant. Een hoogtepunt in de set, maar leidt daar niet uit af dat eigen werk onder de maat blijft, want dat verdient een breder gehoor. Ideale muziek indien onthaasting hoog op je agenda staat.

A Place To Bury Strangers dreigt aanvankelijk te verzuipen in hun eigen geluid. De eerste drie nummers zijn een brei die Paradiso tot ‘a place to bury music’ dreigt te maken. Met single “In your heart” lijkt de geluidsman uit zijn slaap gewekt en daarna is er geen houden meer aan. APTBS maakt zijn reputatie waar, en dit is hoe ik de band het liefst hoor: hard, snel en meedogenloos. Ik sta dan wel op het balkon op een zou je zeggen veilige afstand, maar de schrille tonen, razende impulsen en het bulderende geraas reiken tot elke hoek van de zaal. Oliver Ackermann zwiept zijn rode gitaar door de lucht en over het podium, alsof hij het tot de laatste geluidsdruppel wil leegpersen. Daarna gespt hij een volgende gitaar om, terwijl het rode exemplaar afgebeuld op het midden van het podium blijft liggen, als een afgeschoten stuk wild. Tijdens hun debuut op London Calling in november 2008 stonden ze nog voor een halflege zaal in de bovenzaal aan het uiterste einde van het festival, rond de klok van half drie ’s nachts, maar met deze opwindende rentree is hun opwaardering naar ‘prime time’ in de grote zaal meer dan verdiend. Top!

Ik heb geen idee waar ik naar sta te kijken. Althans, de eerste drie nummers of zo. Het vaak geraadpleegde tijdschema laat ik even voor wat het is, en ik besluit te ‘raden’ wie in de weer eens overbevolkte bovenzaal

aan het optreden is. Omdat het zo druk is, ben ik nog niet verder gekomen dan de deurdrempel, mijn hoofd om de hoek gedraaid en met de nek gestrekt richting bühne. Het wachten is op de eerste mensen die de zaal verlaten zodat zij die naar binnen willen een stukje verder kunnen schuifelen voor beter zicht op het podium. Het is een vast ‘ritueel’ tijdens London Calling, en ik laat het graag aan me voorbijgaan wanneer de band of artiest in kwestie niet de moeite waard is, maar daar is nu geen sprake van. The Twilight Sad, want die blijken het te zijn, maken namelijk indruk. Het is intens, intrigerend, donker en bij vlagen hard. Wanneer alle noise registers opengaan, doet het weinig onder voor het kabaal van de vorige band. Het is geen noise omwille van de noise, maar net als bij APTBS een natuurlijke component van de sound zoals in het dreigende “Reflection of the television”. Zanger James Graham, die geen moeite doet zijn Schotse tongval te verbergen (en waarom ook?), is een charismatische persoonlijkheid die van zichzelf al overrompelende songs als “I became a prostitute” en “That summer, at home I had become the invisible boy” meerwaarde geeft. Goed optreden.

Op Pukkelpop pikte ik nog net het staartje van hun optreden mee, maar dat was voldoende om mijn nieuwsgierigheid op te wekken. Het komt me dus goed uit dat Alberta Cross op London Calling staat, zodat ik kan staven of datgene wat aan dat staartje voorafging van hetzelfde DNA gemaakt is. In mijn beleving klonken die laatste flarden in Hasselt als vroege Oasis gekruist met Amerikaanse ‘southern rock’. Waarschijnlijk is die korte ervaring bij nader inzien voor een deel ingekleurd door de consumptie van kriekjes en witjes, of ik ben getuige geweest van single “ATX” die nog het meest voldoet aan eerder genoemde omschrijving. Het blijkt toch vooral laatstgenoemde te zijn, zelfs al kan ik nu weinig Oasis meer ontdekken in genoemde single. In de rest van het materiaal helemaal niet, want dat is voornamelijk een afspiegeling van het uiterlijk van deze Zweedse / Britse band, afgeleid van de vroege jaren zeventig met restanten van eind jaren zestig: lang haar, gezichtsbeharing (snorren, baarden) en het punt waarop hippie en houthakker elkaar vinden. Alberta Cross staat voor een rock, blues en folk mengsel, niet zozeer London als wel Neil Young Calling, met zo nu en dan psychedelische versieringen. Beslist niet onaardig, maar in Hasselt maakte me het nieuwsgieriger dan nu.  

Wat zit ik me, zelfs toch zeker tot op driekwart van het optreden van Little Death, lichtelijk te ergeren aan deze band. En dat heeft puur te maken met hun fantasieloze indierock. Ik ben totaal niet bekend met het kwartet, maar neem aan dat ze hun boeking te danken hebben aan het feit dat ze een even talent- als beloftevolle band zijn die aan het begin van hun carrière staat. Wel, dat laatste klopt in elk geval, al vraag ik mezelf af tot hoever die carrière zal reiken. Gaat het om talent, dan zie ik enkel het vermogen om te jatten van Pixies en Smashing Pumpkins. En had ik al gezegd dat de kop van zanger / gitarist me niet aanstaat? Kan ‘ie waarschijnlijk niks aan doen, dus beter gezegd: ik heb moeite met zijn gezichtsuitdrukking dat een combinatie van chagrijn en arrogantie is. Een hooghartige uitstraling wil ik graag wegstrepen tegen goede nummers, maar daar is amper sprake van. Let wel: ik zeg niet ‘geen’, maar ‘amper’, want in de slotfase bespeur ik een sprankje hoop, dus op zijn minst één single met potentie vertrouw ik ze wel toe. Op basis van dit optreden zie ik echter in Little Death slechts little hope.

Het is voor (Ben) Esser de tweede keer dat hij – in de hoedanigheid van soloartiest – op London Calling staat, maar ditmaal is hij gepromoveerd van de kleine bovenzaal naar de grote benedenzaal. Opvallend, want een echte hit heeft hij (nog) niet gescoord, al bevat zijn een half jaar eerder uitgebrachte debuutalbum “Braveface” een aantal popsingles die daarvoor in aanmerking komen zoals “Headlock” en “Satisfied”. Een snufje Blur hier, wat Specials daar, en vrijwel nooit verlegen zittend om een pakkend refreintje, (iets te)veel “la la la’s” en een memorabele ‘hook’. Een jaar geleden was ik dan ook onverdeeld positief, maar op de een of andere manier wil het dit keer niet echt beklijven terwijl de setlist, inclusief genoemde singles, nagenoeg hetzelfde is. Het komt nu allemaal wat oppervlakkig over, mat en plichtmatig zelfs. Het geluid is niet optimaal – een euvel waar ik wel vaker hier bands op zie stranden helaas – maar daar kan nu niet alles aan worden toegeschreven. “She’s never satisfied, however hard I try”, zingt Ben. Ik ben het vanavond ook niet.

Terug op herhaling: Johnny Foreigner. Ik snap ook wel waarom. Ze stonden al eens op London Calling in mei 2008 met enkele singles op hun CV prijkend, en het minialbum “Waited up ‘til it was light” op punt van verschijnen. Ze zorgden destijds voor een aangename verrassing, om mezelf te citeren: “Het halve uur dat de band ter beschikking staat wordt qua energieverbruik ten volle benut, en dat betekent strak, compact en geen vulsel.” Ik val liever niet in herhaling, maar eigenlijk is die zin ook nu weer van toepassing. Het trio speelt zich opnieuw een slag in de rondte met energieke, dynamische muziek, de driehoek indie(rock) / punk(pop) / garage bestrijkend, waar de vonken vanaf spatten. De vocale wisselwerking tussen bassist Kelly Southern en gitaar spelende collega Alexei Berrow zorgen voor variatie. Nummers duren nooit langer dan een minuut of drie, of blijven er vaker net onder hangen, en ze treffen steeds doel . De moshende horde in de zaal is daar het bewijs van. Alexei, met een druipende kuif van de transpiratie en een zeiknat bezweet T-shirt maakt tijdens het laatste nummer al crowdsurfend een soort ereronde, waarbij hij – en in symbolische zin eigenlijk de hele band – door het enthousiaste publiek zowel letterlijk als figuurlijk op handen wordt gedragen. Een mooi beeld om mijn eerste London Calling avond mee af te sluiten.

Meer foto’s hier!

24 december 2009

Morrissey - Nijmegen : De Vereeniging : maandag 09 november 2009

Het was na afloop van ons gezamenlijk bezoek aan The Cult dat commando Billy, Wilms en ondergetekende besloten om ongeveer een maand later naar het concert van Morrissey in De Vereeniging te Nijmegen te gaan. De voorverkoop was al een tijd geleden gestart, maar het kostte geen moeite om tickets te bestellen. Wel was er weinig meer te kiezen in de locatie van de zitplaatsen, en zo moesten we genoegen nemen met stoelen in de uiterste hoek van het tweede balkon. Het voornemen om per trein te gaan werd op het laatste moment overboord gegooid omdat we anders wegens spoorwerkzaamheden een lange omweg zouden maken. De rit verliep voorspoedig, en het parkeren kon niet beter, en Nijmegen steeg iets verder in mijn achting toen ik een FEBO filiaal ontdekte. In het nabij De Vereeniging gelegen Italiaanse restaurant Pinoccio werden nog even de magen gevuld (volgende keer geen champignons als ik aangeef die niet te willen, beste serveerster), en na afloop toch maar de FEBO binnengewipt voor een ‘speciaaltje’. Wat zou Morrissey vinden van deze vette, non-vegetarische hap…

Voorprogramma Doll & The Kicks zien we zo goed als niet, ik pik nog net anderhalf nummer mee. De uiterlijk opvallende zangeres (Doll alias Hannah Scanlon), ogend als een jaren dertig cabaretdanseres,  lijkt qua stem op Gwen Stefani, de muziek, althans wat ik ervan meekrijg, is poprock met een indie sausje en zeker niet onaardig. Na afloop staat de voltallige band bij de kraam met T-shirts, sjaals, posters, cd’s en wat al niet meer, de complimenten van enkele bezoekers die een zojuist gekochte D&TK cd in de hand hebben, in ontvangst nemend. Commando Billy merkt terecht op veel vrouwelijk schoon rondloopt (à propos, bedankt schone dame, voor het vinden van mijn fietsensleutel… J), en na de heuglijke constatering lopen we naar boven via trappen en gangen die ons doen denken aan een oud schoolgebouw. Zoals gezegd zitten we op het tweede balkon, helemaal in een hoekje, maar met prima uitzicht op het podium en de rest van de zaal.

Voorafgaande aan de hoofdact worden op een groot scherm oude clips getoond van door Morrissey gewaardeerde artiesten. We zien onder andere een interview met een geblondeerde Lou Reed in 1974 tijdens zijn heroïneperiode, New York Dolls die “Looking for a kiss” spelen in het Duitse muziekprogramma Musikladen en een zwart/wit filmpje van een playbackende Nico. Fascinerend om te zien en het maakt het wachten wel zo aangenaam. Deden alle bands / artiesten maar zoiets! Ergens na 21.00 u worden de filmpjes gestaakt, doven de lichten in de zaal en neemt de band bezit van het podium.

“Hij begint met ‘This charming man’, dus daarna kunnen we weer meteen weg”, had Wilms al vaker gekscherend opgemerkt. Want ja, dat is voor ons toch één van onze favoriete, zo niet dé Smiths single bij uitstek. Toch was ik er niet helemaal gerust op, zeker niet toen ik ontdekte waarom de tournee “Swords” was genoemd. Dat bleek tevens de titel van een recent verschenen compilatie van B-kantjes, en ik vreesde dat het optreden daarom geheel in het teken van die nummers zou staan. Dankzij internet kwam ik erachter dat tijdens recente concerten voorafgaande aan Nijmegen de B-kantjes inderdaad de hoofdmoot zouden vormen, maar dat er ook plek was ingeruimd voor oudjes van The Smiths. Het zullen er uiteindelijk zes worden, en ja hoor, “This charming man” is er één van, de gehoopte opener die ons meteen in de juiste stemming brengt.

“Somebody’s been very nice”, zegt Morrissey ironisch, verwijzend naar een onbekende schoonmaker die zich klaarblijkelijk zoveel moeite heeft gegeven de vloer te reinigen dat deze nu zo glad is geworden dat je eroverheen kunt glijden. Of je nek breken. En dat zou het concert abrupt tot een einde brengen, zo is de achterliggende gedachte wanneer Morrissey met een kwinkslag refereert aan een concert van een paar dagen eerder (“Well, Liverpool wasn’t a great success”), dat hij na twee songs afbrak omdat een of andere idioot een met bier gevulde plastic beker naar hem gooide. Gelukkig is hier vandaag niemand die denkt dat biergooien een leuk idee is of een antipathie heeft jegens de sympathieke vijftiger, zodat we zonder kleerscheuren het einde halen. Letterlijk, want ik had verwacht dat de zanger, zoals ik hem heb zien doen tijdens zijn eerste concert in Nederland (Vreedenburg, 1990), zijn overhemd ten finale het publiek in zou gooien, waarna het publiek zich als hongerige wolven erop zou storten, het kledingstuk aan flarden trekkend. Morrissey wisselt wel van shirt, nadat de zwarte waarmee hij is begonnen volkomen doorweekt is. Hij verruilt het voor een witte die het ook niet droog houdt. Tussen de nummers door is er tijd voor een praatje en een grapje zoals wanneer een bezoeker de microfoon krijgt aangereikt en over Mariken van Nimwegen begint te vertellen, en Morrissey de uitleg afsluit met een droog “Very boring”.

Erg bekend met de B-kanten van Morrissey zijn we niet, en diverse nummers horen we dan ook voor het eerst. Enkele overstijgen de status van B-kant niet (“One day goodbye will be farewell”, “The world is full of crashing bores”) , maar het merendeel is kwalitatief goed genoeg om voor ‘vol’ te worden aangezien, dan wel van A-kant niveau te zijn zoals “I’m OK by myself” en de rockabilly pastiche “The loop” . Een aantal echte A-kanten zijn er trouwens ook, bijvoorbeeld: “Irish blood, English heart”, “I’m throwing my arms around Paris”, “First of the gang to die” en het afsluitende “Something is squeezing my skull”, zijn laatst verschenen single. Morrisseys vijfkoppige, uniform geklede band speelt solide, met onder meer trouwe kracht Baz Boorer op gitaar. Het zijn vooral de momenten wanneer Morrissey teruggrijpt op zijn Smiths dagen dat we opveren zoals tijdens “Ask”, “Is it really so strange” en “Cemetry gates”, maar het hoogtepunt is toch wel het niet stuk te krijgen “How soon is now” dat eindigt met stroboscoopgeflikker. Alleen dat al maakt het concert de moeite waard, maar dat was gelukkig dus niet het enige waar Morrissey het vanavond van moest hebben. This charming man pakte ons deze avond moeiteloos in. En wij pakten onszelf na afloop met hem in, de trotse eigenaars van een Morrissey sjaal…

Setlist: This charming man / Black cloud / When last I spoke to Carol / Is it really so strange? / First of the gang to die / Ganglord / Cemetry gates / I’m throwing my arms around Paris / Ask / Teenage dad on his estate / One day goodbye will be farewell / Death at one’s elbow / Because of my poor education / The world is full of crashing bores / The loop / How soon is now? / Irish blood, English heart / I’m OK by myself / Something is squeezing my skull (toegift)

Meer foto’s hier!

22 december 2009

Sinner's Day - Hasselt : Grenslandhallen (Ethias Arena) : zondag 01 november 2009

Het was tijdens Pukkelpop dat ik voor het eerst de posters zag hangen van het Sinner’s Day festival en het programma trok meteen mijn aandacht. Maar ik hoor dan ook tot de doelgroep, de oudere jongere die als late tiener / begin twintiger de new wave (en aanverwante genres) ontdekte en het in de armen en het hart sloot, inclusief bijpassende kledingstijl, al kwam dat laatste er nooit zo uit als de voorbeelden naar wie ik me wilde modelleren. Vooral niet met zo’n pilotenbrilmontuur… De heersende kleur van new wave / postpunk was en is zwart, en zoals ik al verwachtte zijn er relatief gezien maar weinig bezoekers te vinden die vandaag niet als zodanig gekleed naar de Hasseltse Grenslandhallen (Ethias Arena) zijn gekomen. Een bezoek aan Hasselt betekende tot nu toe ofwel een campingverblijf of een heen en weer ritje maar voor de eerste keer heb ik voor één nachtje mijn intrek genomen in een hotel. Om er te komen blijkt nog een hele toer omdat een deel van de treinreis per bus moet worden afgelegd wegens spoorwegwerkzaamheden. De vervangende busdienst is niet op logica gestoeld, want om rechtstreeks van Roermond naar Sittard te reizen, zou ik eerst met de trein naar Weert moeten gaan… Er rest mij (en andere reizigers) geen andere mogelijkheid om per stopbus naar Sittard te rijden, met achter het stuur een touringcarchauffeur die eerlijk opbiecht niet te weten hoe bij de stations van Echt en Susteren te geraken. Gelukkig zijn er passagiers die de helpende hand kunnen bieden. Ik zie mijn reisplan ondertussen in duigen vallen. Gelukkig valt het mee want na het busavontuur verloopt de reis een stuk voorspoediger. Inchecken in het hotel kan pas vanaf twee uur, en dat betekent dat ik in ieder geval The Neon Judgement zal missen. Nou ja, dan maar de herinnering koesteren aan hun optreden in dancing Stoba te Echt toen we onze ogen uitkeken vanwege de twee sexy, kronkelende danseressen. De hotellobby wordt allengs voller met andere gasten, en één blik is genoeg om te zien dat ze allemaal iets gemeen hebben: een bezoek aan Sinner’s Day.

Volgens een affiche dat al een kleine twintig jaar (!) aan een slaapkamermuur prijkt, heb ik Lydia Lunch al eens live gezien, maar ik kan me er eerlijk gezegd niets meer van herinneren. Samen met collega’s Henry Rollins en Don Bajema deed ze een ‘spoken word’ tournee door Nederland. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat mijn bezoek aan Tivoli te Utrecht die avond vooral aan het psychedelische kwartet Loop te danken was. Maar genoeg over het verleden, want anno 2009 is Lydia Lunch nog steeds actief, en dit is zelfs de eerste keer dat ik haar als zangeres meemaak, ondersteund door de driekoppige band Big Sexy Noise, feitelijk de Britse bluespunk band Gallon Drunk onder een andere naam. De eerste aanblik van Lydia brengt me op de gedachte dat ze haar achternaam eer aandoet, want iemand met zo’n derrière slaat vast nooit een lunch over en schept zelfs nog een tweede keer op. Ach ja, flauw natuurlijk, ik was twintig jaar geleden ook een stuk dunner en Lydia heeft tenminste al haar haren nog… Lydia mag dan meer ‘Big’ zijn geworden en minder ‘Sexy’ maar ze straalt in ieder geval de intentie uit om ‘Noise’ te willen maken. En dan niet van het My Bloody Valentine type, maar het moet wel schuren, knarsen en scherpe randjes hebben. De blik in haar ogen is niet die van een ingedutte artieste maar van iemand die graag de controverse opzoekt. En al oogt ze minder gevaarlijk dan in haar jongere jaren, meer een alternatieve moeke dan een sinistere vamp, je hebt er vast je handen aan vol. En nee, dat is niet weer een referentie aan haar dikke kont. “Bad for Bobby”, zo heet een van de gespeelde nummers, net als de rest in het idioom van de bluespunk waar Gallon Drunk in bescheiden kring mee bekend werd (flarden van The Birthday Party komen naar boven, een band waar Lydia mee heeft samengewerkt, net als met diens zanger Nick Cave), en je houdt je hart vast voor Bobby. Echt aanslaan of indruk maken kan het echter niet, en ook is er, in tegenstelling tot de andere acts van vandaag, nergens sprake van een feest der herkenning, omdat Lydia Lunch simpelweg nooit een (underground)hit heeft gescoord.

Tussen elke band is een half uur pauze gepland en daarom loop ik richting de kraam met consumptiebonnen. De rij is echter zodanig lang dat ik verwacht die gehele pauze richting het loket te moeten schuifelen en daar heb ik geen trek in. Zodoende stel ik de aankoop weer even uit, mijn toevlucht zoekend tot een half rolletje Menthos. De volgende ‘blast from the past’ komt in de vorm van The Bollock Brothers. “Does humour belong in music?” zo luidde een vraag van wijlen dhr. Zappa. TBB beantwoorden dat met een volmondig “JA!” Alleen al de figuur van zanger Jock McDonald die in zijn Schots geruite pak en niet meer van deze tijd zijnde kapsel (dat best een pruik had kunnen zijn), de uiterlijke kenmerken heeft van een uitgerangeerde komiek. Gelukkig valt er nog wat te lachen en hoeft er niet gevreesd te worden voor plaatsvervangende schaamte. De band begrijpt wat het publiek wil en dus wordt er in de oude ‘moppentrommel’ gegraaid die is gevuld met pubpunk en new wave voorzien van humoristische teksten / titels zoals “Jesus lived six years longer than Kurt Cobain”, reden voor besmuikt gelach wanneer Jock het nummer aankondigt. Jock wil weten wie de band nog gezien heeft op het Seaside festival in 1983. Ik niet, maar afgaande op de publieksreactie menigeen wel. Thuis prijkt een live versie van “The bunker” (over nazi architect Albert Speer, da’s ook lachen natuurlijk) op een oude VHS tape, gespeeld tijdens genoemd festival, en dat is voor mij deze middag mijn TBB hoogtepunt. Naast Jock is bassist Richard Collins ook een oudgediende, terwijl drummer Patrick Pattyn afkomstig is uit de Belgische new wave band Nacht und Nebel wiens “Beats of love” wordt gecoverd, opgedragen aan de overleden zanger Patrick Nebel. Twee andere covers zijn “Pretty vacant” van Sex Pistols, leuk om te horen maar obligaat uitgevoerd en het volop meegezongen “Harley David (son of a bitch)”, van Jock’s ‘vriend’ Serge Gainsbourg. Voor de griezelfans is er “Count Dracula” en “Horror movies”, niet serieus te nemen maar wel ‘gezellig’. Jock toont zich uitermate dankbaar aan het publiek wanneer hij zijn zoontje mag komen voorstellen. Hij heeft een band met de Belgen, Jock schijnt een tijd in den lande te hebben gebivakkeerd, en het landelijke voetbal kent ook geen geheimen voor Jock als hij een riedeltje clubs opnoemt zoals Club Brugge, FC Antwerpen en Anderlecht, waar de aanwezige fans afwisselend met een luidkeels “Boe!” of “Jaaa!” op reageren. En zo is het optreden van TBB vooral een onderhoudende aangelegenheid, muzikaal niet echt relevant maar een komische noot binnen het punk / new wave genre dat doorgaans serieus van aard is.

Bij de naam Anne Clark kom ik niet verder dan de twee new wave / synthesizerpop klassiekers “Sleeper in Metropolis” en “Our darkness”, vrijwel wekelijkse vaste waarden in de alternatieve dancings die ik met regelmaat bezocht. De bewuste platen heb ik trouwens niet, en als ik ze al had, dan zou het daar ook bij zijn gebleven. De monotone praatzang van Anne zou ik niet op albumlengte volhouden. En op concertlengte? Ik ben dan ook benieuwd hoe het optreden gaat uitpakken, want nu komt daar het visuele aspect bij, en Anne is niet iemand die bekend staat om haar danspasjes of pogingen tot publieksparticipatie. Vandaag komt daar geen verandering in, want Anne staat vrij statisch haar gedichten voor te dragen. Toch weet het te boeien, maar dat ligt niet zozeer aan Anne als wel, vooral eigenlijk, aan haar muzikale begeleider. Bij genoemde hits, enkele decennia geleden, was het David Harrow die de elektronische kar trok, en bij dit optreden is het Steve Schroyder, die onder meer deel uitmaakte van de sferische, Duitse elektronicapioniers Tangerine Dream. Steve, die zijn ogen gericht houdt op zijn keyboards, knopjes, schuifjes en schermpje, produceert pulserende techno(achtige) klanken die een passende soundtrack opleveren ten behoeve van Anne’s teksten. Zoals gezegd, Anne moet het niet hebben van haar beweeglijkheid, en daarom is ze zo slim geweest om de muziek visueel te laten ondersteunen met prachtige achtergrondprojecties, verzorgd door Rick Kay. Om de spanning erin te houden, bewaart ze haar twee undergroundhits voor het laatst, en dat leidt tot een opwindende finale.

Het is jammer dat The Psychedelic Furs hebben afgezegd (die mag de organisatie wat mij betreft volgend jaar alsnog naar Hasselt halen) maar met de vervangende act ben ik erg blij. Ik zie het zelfs niet zozeer als een substituut als wel een verbetering in de line up. Vier jaar geleden liet ik ironisch genoeg een reünieoptreden van Gang Of Four schieten ten gunste van navolger Radio 4, waar ik ondanks een goede herinnering aan het concert van laatstgenoemde toch een ‘gemiste kans’ gevoel aan bleef overhouden. Dat sentiment kan nu voorgoed de ijskast, al blijft het jammer dat sinds de reünie de originele bezetting geen stand meer heeft gehouden, en de oorspronkelijke ritmesectie bestaande uit Hugo Burnham en Dave Allen is vervangen door respectievelijk drummer Mark Heaney en bassist Thomas McNeice. De nieuwelingen doen hun werk echter voorbeeldig waarmee het gemis van hun voorgangers wordt goedgemaakt. Het zijn vooral zanger Jon King en guitarist Andy Gill die de meeste indruk maken. Voor een stel vijftigers maken ze een enorm gedreven en geloofwaardige indruk, als een stel jonge, gretige honden. Hier brandt het heilige vuur alsof het nooit gedoofd is en waar nergens een plichtmatig karakter aan kleeft, en dat zorgt voor een aantal indrukwekkende momenten. “At home he’s a tourist” en “Damaged goods” zijn niet ‘slechts’ punkfunkmonumenten die respect afdwingen en een nostalgisch gevoel oproepen, maar vooral ijzersterke nummers die met een maximum aan urgentie, energie en zeggingskracht worden uitgevoerd, met dank aan het anarchistische gitaargekras van Gill, de voortduwende ritmesectie en de bijtende vocalen van King. Voor “He’d send the army” wordt een magnetron van stal gehaald die door King, gewapend met een honkbalknuppel, op verbeten wijze als complementair slaginstrument wordt gebruikt. Wel zo toepasselijk, alsof King ermee wil uitdrukken dat we niet naar opgewarmde hap zitten te luisteren, maar hete, vers smakende oersoep krijgen opgediend. “I love a man in a uniform”, “Return the gift” en “Anthrax” zijn al dertig jaar oud, maar verre van versleten. Voor me is een man helemaal opgegaan in de muziek, als in trance danst hij gelijk een bezetene. Enkele omstanders zien het meewarig aan, maar ik zou het liefst alle schroom laten varen en met hem meedoen, als waren we een ‘gang of two’.

Niet alleen qua bands maar ook in de keuze van DJ’s heeft Sinner’s Day uit het verleden geput. De keuze om de voormalige Joy Division / New Order bassist Peter Hook te boeken, past helemaal binnen het concept van het festival. Zowel de bands waar hij in gespeeld heeft als de man zelve zijn (vooral binnen het postpunk genre) een begrip, maar voor wie nog niet mocht weten met wie we te maken hebben, wil Peter graag duidelijkheid scheppen. Een remix van “Transmission” en een triomfantelijk in de lucht gestoken arm vormen het visitekaartje van de DJ, en dat is niet de laatste keer dat Joy Division wordt gedraaid. Er komt een nummer voorbij van een band dat ik niet herken, maar het lijkt in ieder geval op… afijn, drie keer raden. Het publiek weet het te waarderen, en het lokt betere reacties uit dan de twee DJ sets van Andy Rourke, oud-bassist van The Smiths. Andy is minder eenkennig en draait van “Paint it black” tot “Lust for life”, met Groove Armada ertussendoor. Op zich begrijpelijk, want The Smiths was geen postpunk band, dus voor de echte new wave klassiekers zijn de anonieme DJ’s verantwoordelijk. Er wordt niet op gedanst, maar dat hoeft ook niet, een beetje meedeinen, blikken van herkenning en binnensmonds meezingen is al meer dan voldoende.

De artiest die vandaag het minst stil blijft staan bij het verleden is Gary Numan. Hij brengt “Are friends electric?” ten gehore, en dan zitten we toch al zeker op driekwart van de set, maar daar blijft het dan ook bij. Op “Cars” of “Down in the park” is het daarom vergeefs wachten. De synthesizerpop waar Gary naam en faam mee verwierf is allang een gepasseerd station voor hem. Waar zijn hart anno 2009 ligt, valt te lezen op het T-shirt dat hij draagt: Nine Inch Nails. Maar ook zonder die aanwijzing was dat geen moeilijke opgave geweest. De muziek, zijn begeleidingsband, zowel in beeld als geluid: alles ademt Nine Inch Mails. Het enige wat nog ontbreekt is Trent Reznor zelf. Waarschijnlijk een genoegen wanneer je NIN leuk vindt, maar ik heb er eerlijk gezegd weinig mee. En dus onderga ik Gary gelaten. Hij komt sympathiek over, groet mensen uit zijn fanschare die zich vooraan hebben verzameld, en voor een 51-jarige ziet hij er goed uit, maar dat is verder niet van invloed op de geringe muzikale beleving die ik eraan overhoud. Het biedt daarom wel de ideale gelegenheid voor mij om de snackkraam te bezoeken voor een smakelijke boulet, bij de bar rond te hangen, de bescheiden fototentoonstelling te bekijken of langs de ‘Camden Market’ te struinen waar de kraam met de 3-delige cd-box “New wave club class-x” (de Sinner’s Day 09 editie) goede zaken doet.

De laatste keer dat ik The Human League zag, tijdens het 25-jarige jubileumfeest van muziekblad Oor in de Melkweg, liet me achter met gemengde gevoelens. Leuk om zanger Phil Oakey en de twee dames Susan Ann Sulley en Joanne Catherall te zien en te horen, maar zonder live musici en met een backing tape als begeleiding had het toch vooral veel weg van een schnabbel in een of andere provinciale discotheek. Ditmaal zijn de zaken veel beter aangepakt, inclusief een greatest hits set waarmee het publiek op zijn wenken wordt bediend. Opvallend genoeg wordt geopend met “Seconds”, weliswaar van doorbraakalbum “Dare”, maar nooit als single verschenen. Vanaf de eerste herkenbare bastonen die het begin vormen van het daaropvolgende “The Lebanon” is het tijd voor een ‘best of’ en kan het meezingen (ik dan toch) beginnen. Met “Sound of the crowd”, “Love action”, “Open your heart” , “Fascination” en “Mirror man” hebben we een serie synthpop snoepjes van weleer te pakken. “Heart like a wheel” en “Tell me when” zijn uitstapje naar de 90ties, terwijl “Empire state human” juist weer een stap terug is naar het prille begin (’79), een paar jaar voor het grote succes. Een ander oudje is “Being boiled” wat op veel bijval van het publiek kan rekenen. “Don’t you want me” is de uitsmijter (lekker “oohoohoohoo!” meebrullen in het refrein), maar tegen de verwachting in komt de band terug voor “(Together in) electric dreams”, wat strikt genomen geen Human League nummer is, maar een samenwerkingsverband van Phil en Giorgio Moroder. Phil, in strak pak met een kaal glimmend hoofd, en het bevallige duo Susan Ann en Joanne die onder goedkeurende geluiden van mannelijke toeschouwers tot twee keer toe van outfit wisselen in oplopende gradaties van ‘sexy’ (dat omkleden gebeurt niet op het podium, voor de goede orde) zijn uiteraard de blikvangers van de band, terwijl bij de musici de enthousiaste Nick Burke (gitaar, toetsen) zich in positieve zin weet te onderscheiden. Met zoveel pretentieloos plezier met een toefje glamour zou je bijna vergeten dat je tussen een paar duizend zwarthemden staat.

Headliner van de eerste editie van Sinner’s Day is een band van eigen (Belgische) bodem: Front 242. Samen met The Sisters Of Mercy koploper onder de meest geziene bandnamen op T-shirts vandaag. Men is trots op dit nationale product, zoveel is duidelijk. Ik heb het echter vrij snel gezien (ondanks het donkere podium) en gehoord. Ik ken eerlijk gezegd weinig van de band, kom niet verder dan “Headhunter” en B-kant “Welcome to paradise” (met de welbekende “Hey poor, you don’t have to be poor anymore! Jesus is here!” sample) maar die worden bewaard tot halverwege en het einde van de set. ‘Electronic body music’, zo heette dit vroeger, nu nog waarschijnlijk, of is die term al achterhaald? Grimmige techno / electro zou je het ook kunnen noemen, die het moet afleggen tegen een tweede boulet en nog een rondje langs de Camden Market waar ik toch maar besluit een T-shirt te kopen. Bij de wc’s staan al een tijdje geen rijen meer, maar dat was gedurende de dag wel anders. Geen wonder dat ik sommige heren in de buiten gelegen rookzone een struik zie opzoeken. Knap dat ik het de hele dag zonder plaspauze hebben uitgehouden, en dat ik niet in de onhandige, want de doorloop belemmerende wc-rij heb hoeven staan. Daar moet echt verbetering in komen! Wanneer Front 242 het laatste nummer afrond, sta ik al met de jas aan vanaf de zijkant klaar voor een klein half uur durende wandeling terug naar het hotel. Ik was één van de ruim 10.000 bezoekers, zo verneem ik de volgende dag, en daarmee mag Sinner’s Day een succes worden genoemd. Een tweede editie staat in de planning en daarmee is het speculeren begonnen naar de line up van volgend jaar. Killing Joke? Theatre Of Hate? DAF? Soft Cell? Wat in ieder geval niet zal ontbreken: het zwarte overhemd…

Meer foto’s hier!

Oktober 2009

CD’s

DUCHESS SAYS – Anthologie des 3 perchoirs
Overstuurde (electro)punk/wave uit Canada (Montreal). De ingrediënten: gruizige bas, uit de bocht vliegende keyboards, een dosis gekte, en de manische zang van Annie-Claude Deschênes. Opener “Tenen non neu” solliciteert naar een dwangbuis, “Ccut up” is een stoere handgranaat, een kruising tussen onheilspellende cold wave en “The exorcist” horen we terug op “La friche” en “Les résidents”, voor de hardcore punk fans is er “Ch. O. B” en de rest klinkt al net zo prettig ontspoord, uitnodigend tot het maken van rare bewegingen of wilde sprongen. Indindo says: cool!

EDITORS – In this light and on this evening
Ik was even bang dat Editors met hun tweede album de weg kwijt was geraakt richting de verkeerde kant van Coldplay, maar met album nummer drie doen ze waarvoor de band koos waarmee ze veel vergeleken worden (Joy Division) op “Closer”: het incorporeren van elektronica / keyboards in het bandgeluid. Het resultaat werkt verfrissend, ook al brengt het tegenstrijdig genoeg ‘oudjes’ in herinnering zoals Ultravox, Gary Numan,  Orchestral Manoeuvres In The Dark, Eurythmics (single “Papillon”, dat hoort zelfs een dove) en zelfs vleugjes Japan (het schitterend melancholische “The big exit”). Niet alles kan de toets der kritiek doorstaan (het voort reutelende “Walk the Fleet Road”), al staat daar weer het pompende, nieuwe wegen inslaande “Eat raw meat = blood drool” tegenover. Er is weer hoop voor Editors!

A PLACE TO BURY STRANGERS – Exploding head
Op hun tweede album heeft het trio uit NYC onder aanvoering van gitaareffecten terrorist Oliver Ackermann hun noise rock nog een paar tandjes of wat opgevoerd, ter muzikale verbeelding van de plaattitel. Lawaai- en gaspedaal worden nu zo vaak als mogelijk ingetrapt, op weg naar die plek waar vreemdelingen hun graf vinden, met (wederom) My Bloody Valentine en The Jesus Ans Mary Chain als medeplichtigen. Het negativisme druipt van de songtitels af (“It is nothing”, “Lost feeling”, “Keep slipping away”) maar de noise exercities zijn juist levendige staaltjes van geluidsexplosies, het meest effectief op “Deadbeat”, met de volumeknop vanzelfsprekend geheel opengedraaid. Noiseplaat van het jaar. 

STRICKEN CITY – Songs about people I know
De cd – een minialbum – is uitgebracht in een kunstige uitgave van 1000 stuks, helaas nog niet uitverkocht, want dat verdient de band, die in Engeland op tournee werd genomen door Maxïmo Park. Orange Juice is bewust of onbewust een invloed (“Pull the house down”) net als Franz Ferdinand, maar dan met een vrouwelijke inslag, als men zich daar iets bij kan voorstellen . Dat mag op conto van zangeres / toetsenist Rebekah Raa worden geschreven, die even expressief als aangenaam vocaal begiftigd is, enigszins neigend naar Björk. Of het nu klein en intiem wordt gehouden (“Terrible things”), of dat er sprake is van een ‘jubeleffect’ (“P.S.”), Stricken City weet de aandacht vast te houden.

THE ASTEROIDS GALAXY TOUR - Fruit
Aanstekelijke soulpop uit Denemarken rond zangeres Mette Lindberg en componist Lars Iverberg die me live al tot twee keer toe wist te overtuigen en deed uitzien naar dit debuutalbum. De muzikale fruitmand, smakend naar de jaren zestig en zeventig, had van mij hier en daar best iets smeuïger geproduceerd mogen worden – zeker als je de live versies kent – maar op de composities zelf valt weinig aan te merken. Het goede humeur en de euforie spatten af van warme, hitgevoelige tracks als “The sun ain’t shining no more”, “The golden age”, “Satellite”, “Around the bend” en het overweldigende “Push the envelope”.

THE LONGCUT – Open hearts
Ooit zaten ze samen met The Coral en The Zutons op het Deltasonic label, maar nu, drie jaar na hun debuutalbum “Call and response”, zijn ze neergestreken op het kleinschaliger Melodic. “Open hearts” is een stap voorwaarts, een goede, vaak uitgesponnen mix van dance en indie rock, dat zijn hoogtepunt vindt in de titeltrack. De zangkwaliteiten van drummer Stuart Ogilvie zijn nog steeds geen onverdeeld genoegen, maar door zijn stem anders te gebruiken, in ieder geval niet meer constant in schreeuwstand, en beter zijn best te doen, is The Longcut ook in dat aspect verbeterd. Bij vlagen schampt “Open hearts” de laatste platen van The Music en Forward Russia!, doch er is vooral sprake van een eigen identiteit.

Met terugwerkende kracht

THE SLITS – Cut
Een jubileumuitgave ter ere van het feit dat dit in muzikaal opzicht op zichzelf staande postpunk album dertig jaar geleden het levenslicht zag. De unieke mengeling van reggae en punk die bewust en met succes het avontuur opzoekt mag nog steeds als een voorbeeld gelden voor de huidige generatie bands, en daarnaast is het een baanbrekende plaat in feministisch opzicht. Persoonlijke favorieten zijn “Love and romance”, “Typical girls” en “Shoplifting”, met de toevoeging dat er tussen de overige nummers geen enkele misser zit en de plaat aan frisheid en relevantie niets heeft ingeboet.

Singles

LOVERMAN – Human nurture
Een opvallende release ten aanzien van zowel vorm als inhoud. De plaat bestaat uit  twee 12” vinyl picture discs waarvan de een wel, en de ander niet bespeelbaar is. De eerste fungeert zo als een kunstobject, de tweede bevat vijf nummers die het kwartet uit Londen positioneren tussen The Birthday Party en Bauhaus met metal invloeden, en dat blijkt een even aparte als geslaagde combinatie, getuige met name “Crypt tonight”, “Shoot the pig” en “Miracles”.

A PLACE TO BURY STRANGERS – In your heart
Eerste single van het nieuwe album “Exploding head” en tevens opener van genoemde cd. Een logische keuze want “In your heart” is exemplarisch voor de band: verzengende gitaren, knetterhard vastgelegd, geïnspireerd door de oorbombardementen zoals My Bloody Valentine die live uitvoert. Volumeknop helemaal opendraaien voor maximum effect dus!

DELPHIC – This momentary
Single nummer twee van veelbelovende (of zijn ze dat stadium eigenlijk al voorbij?) band uit Manchester, net als voorganger “Counterpoint” uitgekomen als 12” op een hip dance label, Kitsuné deze keer. New Order op zijn best in een innige omhelzing met gestroomlijnde techno die verleden (Manchester club Haçienda) en heden (elke spannende dansvloer) bijeenbrengt.

THE SPIVS – It’s true
Het zou me niet verbazen als de drie heren van The Spivs uit Londen op enig moment Sham 69 hebben ontdekt en er bij hen een fel lampje ging branden. Draai “It’s true” opeenvolgend aan pak ‘m beet “Hurry up Harry”, en de golflengte blijft hetzelfde. Pakkend in al zijn eenvoud, als een schuimende pint in een authentieke pub. 

THE HOT MELTS – Red lips
Tot nu toe weten The Hot Melts uit Wirral (UK) me elke keer aangenaam te verrassen met hun punkpop singles. Dat geldt ook voor het solide “Red lips” dat strakke lijntjes trekt tussen The Fratellis, Queens Of The Stone Age en Green Day.

THE PAINS OF BEING PURE AT HEART – Come Saturday
Het leukste nummer van het album? Zou best kunnen, als je het mij vraagt. Waarschijnlijk omdat het – onbewust of niet – het dichtst in de buurt blijft van invloed My Bloody Valentine, nota bene de in ook qua songtitel gelijkenis vertonende track “Another rainy Saturday” dat ik grijs heb gedraaid. 

THE CHAPMAN FAMILY – Virgins
Mijn live hoogtepunt van het afgelopen Pukkelpop festival. Ze komen uit Newcastle-Upon-Tyne, wat verklaart waarom het accent van zanger Kingsley zo lijkt op dat Maxïmo Park’s Paul Smith. En net als bij vorige single “Kids” houdt de vergelijking niet alleen bij de stem op, met dien verstande dat TCF meer punk en noise in hun sound heeft verwerkt.

THE DRUMS – Let’s go surfing
De songtitel is zelfverklarend want het gaat over een jongeman die wil gaan surfen. Echter niet op de tonen van de voor de hand liggende Beach Boys, maar op een surfplank die golft over een Peter Hook (Joy Division) bas, simpele doorraffelende drums en monter… eh… gefluit. Dit gaat het blijkbaar helemaal worden. Werkelijk? Ja, het zou zo maar kunnen!

CHEW LIPS – Salt air
Single nummer twee van Brits synthesizerpop disco trio, wederom uitgekomen als 12” op het hippe Kitsuné label. Wat de band vooral, op deze plaat eigenlijk zo goed als exclusief, doet onderscheiden van soortgenoten is de stem van zangeres Tigs. In de zoute lucht proef ik de smaak van Visage.   

SOLID GOLD – Bible thumper
Fluwelen indie disco met een funky bas en warme zang. Er gebeurt niet zo gek veel in de twee en halve minuut van “Bible thumper” maar het luistert wel lekker weg.

NEON KICKS – Live EP
Eén van de prijzen die het (nog studerende) kwartet Neon Kicks ten deel viel door het winnen van de talentenjacht The JD Set Unsigned, gesponsord door Jack Daniels, is de release van deze EP, opgenomen in het Night & Day Café in Manchester. De zege is begrijpelijk, want de jury moet op Late Of The Pier gelijkend potentieel hebben gehoord. Maar dan met een zangeres die op een goede manier aandacht opeist.

KOKO VON NAPOO – June
Indiepop uit Frankrijk (drie meiden en een knul) met een voorname rol voor keyboards die afwisselend op standje ‘jaren tachtig’ en ‘Air’ worden gezet.  De 10” bevat vier tracks waarvan het titelnummer eigenlijk het minst in het oor springt. “Rocky” en “Baden Baden” zijn charmanter, en de remix van hun vorige single “Polly” mag er ook zijn.

OU EST LE SWIMMING POOL? – Dance the way I feel
Tegenwoordig lijkt in Engeland elke week wel een nieuwe electro- annex synthpop band het levenslicht te zien. De nieuwste loot onderscheidt zich vooralsnog van de rest enkel en alleen door de gekozen bandnaam, want in “Dance the way I feel” kan ik nog weinig opmerkelijks ontdekken.

DINOSAUR PILE-UP – The most powerful EP in the universe!!
Op hun debuutsingle “Traynor” maakte ik nog gewag van Nine Black Alps, want hadden we hier immers niet te maken met een neo-grunge trio? Op deze EP – de titel moet echt met een korrel zout worden genomen – is de band meer in de richting van Foo Fighters (met een eetlepel Weezer) geschoven, zonder echt potten te kunnen breken. Niet slecht, maar gewoontjes.

GYRATORY SYSTEM – Sea containers
Giorgio Moroder die achter een op hol geslagen synthesizer aanrent, rondjes makend in een circuspiste. Een keyboard dat zich een saxofonist waant blaast beschonken een partijtje mee.

CROCODILES – I wanna kill
Twee Amerikanen met een gitaar en een ritmebox die tamelijk schaamteloos van The Jesus And Mary Chain (circa ‘87) jatten. Jammer dat ze de noise en distortion zijn vergeten. Gelet op datgene waar ze mee aan de haal zijn gegaan, kan een aangifte achterwege blijven.

14 december 2009

Maxïmo Park - Brussel - Ancienne Belgique (AB) : zaterdag 17 oktober 2009

Op 01 juni 2005 zag ik Maxïmo Park voor het eerst live in zaal Gebaüde 9 te Keulen. Nu, een kleine 4,5 jaar later, op 17 oktober 2009, maak ik de band voorlopig voor de laatste maal mee, en wel in de AB te Brussel. Daarmee staat de teller precies op 10. Ik geloof niet, weet het bijna wel zeker, dat ik ooit eerder een band binnen genoemd tijdsbestek zo vaak heb gezien. Waar in ieder geval geen twijfel over bestaat, is dat ik over geen andere band al negen keer een concertverslag heb geschreven ten behoeve van deze weblog. Soms uitvoerig (zoals hier en hier), soms minder uitputtend (zie hier en hier) wanneer het optreden een onderdeel vormde van een groter geheel (lees: festival). Hoe dan ook, om herhalingen te voorkomen, wil ik mij ditmaal beperken tot tien wetenswaardigheden van deze ‘jubileumavond’ – het aantal is uiteraard niet toevallig – die niet zijn terug te vinden in eerder gemaakte verslagen.

1. Het voorprogramma werd verzorgd door Pete & The Pirates, een sympathiek bandje dat met opgewekte, meerstemmige indie poprock (zoals hun single “Mr Understanding”) voor een onderhoudend half uur garant stond. Het was de eerste keer dat we na afloop in gesprek raakten met een voorprogramma van Maxïmo Park, waaronder bandnaamgever Pete. Blogparty liet zich zelfs met de piraten fotograferen en liet een gekochte single signeren. Conclusie: niet alle piraten zijn fout, jammer dat die Somalische kapers hier niet een voorbeeld aan kunnen nemen.
2. “Going missing” zag ik tot op heden altijd uitgevoerd worden in de van de plaat bekende versie. De uitvoering van vanavond was de uitgeklede variant, met gebruikmaking van enkel een akoestische gitaar en een melodica. En de stem van Paul Smith natuurlijk.
3. Toepasselijk dat mijn 10e keer Maxïmo Park in België plaatsvindt. Daar heb ik band namelijk het vaakst gezien (2x Brussel, 2x Hasselt), tegenover 3x in Nederland (Amsterdam, Landgraaf en Nijmegen) en 3x in Duitsland (2x Keulen, 1x Bochum). Overigens altijd in gezelschap van blogparty en headmusic.

4. De band bracht het weinig gespeelde “Acrobat” ten gehoor, de afsluiter van “A certain trigger”.Een cover van dat nummer is te vinden op het dit jaar uitgebrachte “Warp20 (recreated)”, ter gelegenheid van het 20-jarige bestaan van het label waar Maxïmo Park aan is verbonden. De cover is uitgevoerd door Seefeel, mijn favoriete ambient band ever.
5. Tot onze grote verbazing en teleurstelling ontbraken twee vaste waarden in de setlist: “Graffiti” en “Limassol”. Dat was toch een smetje op de avond.
6. Opmerkelijk genoeg, gezien de hoeveelheid aan door mij bezochte MP concerten, heb ik nog nooit voorafgaande of na afloop een T-shirt gekocht. Wel ooit besteld, via het Warp label. Geen idee waar dat shirt is gebleven trouwens. Nog maar eens goed zoeken thuis.
7. Nooit eerder kocht ik een mok met daarop de naam van een band. Vanavond was de eerste keer. Het is (nog) niet in gebruik. Maar in al zijn simpele eenvoud mag ik er graag naar kijken.

8. Monsieur Ito (wat overigens zijn echte naam niet is), een zo goed als vaste bezoeker van indie concerten in Brussel, bleek een naar de kapper te zijn geweest. Althans, dat is een aanname, hij zou het ook zelf gedaan kunnen hebben. Of door een vriend, familielid of verzorger. Hoe dan ook, het was een goede zet. 
9. Monsieur Ito, sorry, daar is hij weer, ik heb duidelijk moeite om de ‘10’ vol te maken, had na afloop van het concert iets tussen zijn tanden zitten. Daar is hij toch een minuut of vijf mee zoet geweest. Of hij eerder die dag een bezoek had gebracht aan een van de filialen van “Sultans of Kebap” kan bevestigd noch ontkend worden.
10. Als ik heel eerlijk ben, is de belangrijkste reden om deze avond Maxïmo Park mee te maken, puur een getalsmatige. Het is de tiende keer, een soort mijlpaal dus. Voorlopig geloof ik het dan ook wel. Tijd voor een sabbatical wat betreft deze jongens, want op ‘overkill’ zit niemand te wachten. Als ze weer terugkomen dan graag met een integrale, chronologische uitvoering van klassieker “A certain trigger”. Maar dan moeten ze eigenlijk nog 6 jaar wachten, want 10 jaar dient er toch minstens zitten tussen release en nostalgische terugkeer. Een kwestie van going missing for a while…

Setlist: A19 * The penultimate clinch * Wraithlike * Russian literature * The coast is always changing * A cloud of mystery * Karaoke plays * The kids are sick again * Tanned * That beating heart * Going missing * Let’s get clinical * The unshockable * Questing, not coasting * Overland, west of Suez * Books from boxes * Apply some pressure * Calm * Acrobat * Our velocity

Meer foto’s hier!